De week van B.M. (17)

Het weekend was inderdaad bijzonder. In het Waldhûske in De Tike kon ik niet overal rechtop staan. Mevrouw Nantje Kooistra woont al vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw in dit huisje met twee kamertjes, waar haar kinderen en enkele kleinkinderen ter wereld kwamen. We zitten rond de tafel, de kolenkachel brandt op een hoge stand. De honderdjarige praat honderduit. Haar kinderen vullen haar aan, vooral haar tachtigjarige dochter. Opmerkelijk vind ik het wel: zelf tachtig jaar zijn en dan nog een beetje op je moeder letten. Zondagmiddag volgde een feest met alle familieleden in het dorpshuis van De Tike.
Op datzelfde moment zat ik in het Abe Lenstrastadion in Heerenveen, waar FC Groningen de thuisclub overklaste. Nog nooit eerder vertoond en ik denk dat het ook niet snel weer zal gebeuren. Mijn gevoelens waren gemengd. Ik gun SC Heerenveen het allerbeste, maar ik blijf genetisch toch verweven met FC Groningen.

Maandag meteen weer op stap. Eerst naar Leeuwarden, voor overleg met de Commissaris der Koningin en zijn kabinetschef. Een ontspannen en plezierige ontmoeting. Daarna in haast naar St.Nicolaasga, waar de ‘Commissie van Wijzen’ die dag resideerde. Deze commissie is ingesteld door het provinciaal bestuur en zal adviseren over de bestuurskracht en gemeentelijke herindeling in Friesland. De commissie wordt voorgezeten door prof. Lense Koopmans, die blijkens recent netwerkonderzoek de ‘invloedrijkste persoon’ van het Noorden is. Hij is Fries, hij heeft een reeks toonaangevende functies vervuld, hij is onder meer bekend als medeoprichter van het Republikeins Genootschap – waar je overigens geen lid van kunt worden – en hij is nu onder meer president-commissaris van Rabobank Nederland. Ik had hem al eens eerder ontmoet, waarbij zijn bescheidenheid en eruditie mij vooral opvielen. Andere leden zijn Michiel Marijnen, ooit de eerste burgemeester van Skarsterlân, en Dick de Cloe – ook oud-burgemeester – met wie ik dertien jaar in dezelfde Tweede-Kamerfractie zat.
We spraken over de gang van zaken rond de inmiddels ingezette herindeling van onze provincie. De commissieleden wisten waarover ze spraken en zij namen ook de moeite om met mij allerlei varianten bij langs te gaan en daarbij verschillende abstractieniveaus te bewandelen. Kortom, een plezierig en constructief gesprek. Over dit onderwerp heb ik er tot dusverre niet veel op deze manier gehad.

Terug op het gemeentehuis vernam ik dat er enige opwinding was ontstaan over de inhoud van mijn vorige blog. Op de site ‘Drachten wil je meemaken’ was een discussie losgebrand en de FNP-raadsfracties van Achtkarspelen en Smallingerland hadden de buitenwereld laten weten dat Bert Middel met zijn handen van de dorpen in zuidelijk Achtkarspelen af moest blijven. Ik was toch lichtelijk verbaasd, want ik kon me niet voorstellen dat de beide fracties de afgelopen twee à drie jaren niet geïnformeerd waren over de visie van het gemeentebestuur van Smallingerland over een eventuele herindeling. Sterker nog, er was zelfs door de voltallige Colleges van B&W van beide gemeenten over gesproken. En ook in de beide gemeenteraden. De beide gemeentebesturen namen en nemen in deze discussie een verschillende positie in, maar ze zijn allebei regelmatig goed geïnformeerd over elkaars intenties. Er was dus niets nieuws onder de zon, wat niet wegnam dat de media er volop over berichtten.

Verder werd de middag gevuld met overleg over de veiligheid op onze industrieterreinen. Van verschillende kanten krijg ik steeds vaker te horen dat cameratoezicht bij de invalswegen gewenst – zo niet noodzakelijk – zou zijn. Ik blijf er toch anders over denken en met mij ons voltallige college. Cameratoezicht in de publieke ruimte is in mijn beleving een aantasting van de privacy van burgers en een stap op weg naar een door mij ongewenste samenleving, waarin men elkaar in de gaten houdt en begluurt. Alleen wanneer er concrete aanleiding toe is, kan wat mij betreft cameratoezicht plaatsvinden. Zoals tijdens oud en nieuw. En dat doen we dan ook. In ons uitgaanscentrum mag ik van de gemeenteraad cameratoezicht invoeren, maar ik doe het voorlopig niet. Pas al er echt aanleiding toe is, gaat het gebeuren. En dan ook nog onder strikte voorwaarden. En dat geldt ook voor de industrieterreinen, waar de criminaliteit de laatste jaren fors gedaald is, ook zonder cameratoezicht. Ons staan gelukkig meer instrumenten ter beschikking, zoals onze eigen toezichthouders van Veiligheidszorg Smallingerland.

Dinsdag was weer een volle dag. De hele ochtend collegevergadering, in de middag van alles en nog wat regelen en ’s avonds drie vergaderingen achter elkaar, waaronder die van de gemeenteraad. Er waren geen reguliere agendapunten, wel een flink aantal mondelinge vragen en een debat over de stagnerende werkzaamheden op en rond het Raadhuisplein. Onze wethouder Nieske Ketelaar heeft weer eens uitgelegd dat het gemeentebestuur hier feitelijk niet over gaat. Maar in de ogen van velen ligt het toch ook aan ons. Blijkbaar moeten we met dat beeld leren leven.

De rest van de week ging heen met kwesties die er hier niet toe doen. Uitgezonderd een gesprek dat ik samen met onze eerste en tweede locoburgemeester (Nieske Ketelaar en Ties Zweers) in Leeuwarden voerde met een brede delegatie van het Dagelijks Bestuur van onze provincie. Naast de Commissaris waren twee gedeputeerden – tevens lijsttrekkers bij de komen Statenverkiezingen van respectievelijk CDA en PvdA – en een paar topambtenaren aanwezig. Op de inhoud van dit gesprek kan ik op dit tijdstip en op deze plaats niet ingaan, maar wij verlieten Leeuwarden met het gevoel dat de beide overheden samen heel wat voor elkaar kunnen krijgen. Zolang je maar wil en erin blijft geloven. Waarover later meer, maar niet meteen de volgende week.

Eerste Vorige 84/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven