De week van B.M. (15)

Aan het begin van het weekend – op vrijdagavond – speldde ik Piet Hellema in ‘De Schakel’ in de wijk Noord-Oost een Koninklijke onderscheiding op. Hij ontving het lintje voor zijn jarenlange vrijwilligerswerk in de protestantse kerkgemeente van Drachten. De zondagmiddag erop stond ik met enkele gasten voor mijn huis te genieten van de prille januarizon toen hij langs kwam fietsen. Hij stapte af en liet me vol trots zien dat hij het lintje op zijn colbertjasje droeg. Hij was er erg blij mee. Gelukkig maar.

Maandag was een dag als vele. Vol, afwisselend en plezierig. Eerst naar Leeuwarden voor de laatste ronde in het selectieproces voor een nieuwe directeur van de Hulpverleningsdienst Friesland (Brandweer, GGD en geneeskundige hulpverlening). Twee dagen later zou het bestuur van deze dienst – alle burgemeesters in Friesland – unaniem kiezen voor een lid van de korpsleiding van de politie Flevoland.
Verder tal van telefoontjes en gesprekken op mijn kamer in het gemeentehuis – van buiten gemakkelijk herkenbaar doordat er zich aan drie zijden ramen bevinden – en het afscheid van een leidinggevende ambtenaar met wie ik veel samengewerkt heb. Hij vertrekt naar Assen, toevallig de gemeente waar ik ooit twee perioden lid van de gemeenteraad was.
’s Avonds naar de Hanzehogeschool in Groningen, waar ik toezichthouder ben. Enerverend, want er speelt momenteel nogal wat in de wereld van het hoger onderwijs.

Dinsdagochtend al om half acht met ondernemers, adviseurs en anderen ontbijten bij de Rabobank op het Kantorenpark. Het is daar doorgaans ontspannen en leuk. Je ontmoet veel functionele relaties, je maakt nieuwe, je praat hier en daar wat bij en je verneemt nog eens wat. Ik kom er altijd moeilijk weer weg. Vaste prik is de stand van zaken in en rond Rabo-Drachten en dat beschouw ik als een graadmeter voor de economische ontwikkeling in onze regio.
Daarna de wekelijkse collegevergadering die toch langer duurde dan verwacht, ook al omdat we al een tijdlang met enkele ‘hoofdpijndossiers’ geconfronteerd worden die elk de nodige aandacht blijven vergen. En verder hebben de vier wethouders, de gemeentesecretaris en ik de goede gewoonte om elkaar optimaal te informeren over wat er zoal speelt of zal kunnen spelen in en rond Smallingerland.
Vervolgens naar het provinciehuis in Leeuwarden en vandaar met de bus naar Den Haag. De provincie Fryslân organiseerde in perscentrum Nieuwspoort een Friese avond voor Kamerleden en andere ‘opinieleiders’. Ik fungeerde als tafelheer aan een van de dinertafels. De avond zat vol – een beetje te vol – informatie over de mogelijkheden van en in onze provincie, met onder meer aandacht voor de ‘high tech’-ontwikkelingen bij Philips Drachten. En er was cultuur uit onze provincie, zoals de Twents-Friese zanger Gerrit Breteler. In de bus terug zongen we rond middernacht enige strofen in het Nedersaksische dialect, wat Gerrit op het idee bracht om samen met mij en mijn Sneker collega Hayo Apotheker – die ‘het Hogeland’ van Ede Staal schitterend kan vertolken – een optreden te organiseren. Ik denk dat je dit de mensen niet kunt aandoen, want ik zing bijna altijd vals. Alleen wanneer ik met liedjes van Elvis Presley meezing, schijnt het volgens mijn thuisfront nog een beetje mee te vallen.

Tegen twee uur ’s nachts thuis, na een dag van 18 uur. Meteen de volgende ochtend naar de Montessorischool in de Drait om vanwege de landelijke voorleesdag een groep kleuters voor te lezen. Prachtig om te doen. De tijd dat ik mijn kinderen voorlas, ligt ver achter me en opa ben ik voorlopig nog niet. De leerlingen van de bovenbouw wilden eigenlijk ook wel door mij voorgelezen worden, dus dat moest ook nog even. Wel vanuit een ander boek dan die voor de kleuters.
Meteen daarna naar een zestigjarig huwelijk in De Warrenhove, wat ook deze keer weer een feest van ‘oral history’ was. Bijna altijd jammer om na een half uur, drie kwartier weer te moeten vertrekken.
Verder weer gesprekken met onder meer de kabinetschef van de provincie, een oud-wethouder uit een buurgemeente die prachtige plannen heeft voor evenementen die inderdaad de moeite van het bekijken meer dan waard zijn en daarna maar weer eens op naar Leeuwarden.
Met de andere Friese burgemeesters bespraken we de toekomstige organisatie van de politie. Ik kan en mag er nu nog niet teveel over zeggen, maar wel is het duidelijk dat het politiebureau in Drachten een van de weinige is die voor het publiek open blijft. Niemand had trouwens anders verwacht. We sluiten de avond af met een bijeenkomst van de Hulpverleningsdienst.

Donderdag stond het horecaoverleg centraal. Met politie, taxicentrale, horecaondernemers en Marco – ‘mijn’ horeca-ambtenaar – bespreek ik de gang van zaken in het uitgaansleven. Los van enkele incidenten gaat het eigenlijk steeds beter in ons uitgaansgebied. Wel lijkt er hier en daar overlast te zijn van groepjes jongeren die vervelend willen doen, terwijl er ook nog wel eens in drugs gedeald lijkt te worden. Ik bespeur bij alle betrokkenen de wil om hier paal en perk aan te stellen en dat doet me goed. Er zitten op de Kaden heel wat horecaondernemers die er wat moois van willen maken. Niet alleen van hun eigen nering, maar ook van Drachten. Verder is de dag gevuld met gesprekken en een afsluitend werkdiner in Makkinga met mijn college Harry Oosterman van Ooststellingwerf. We delen een verleden aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar we ons beiden met eigentijdse geschiedenis bezighielden. Hij als student, ik als wetenschappelijk medewerker.

Vrijdag de hele dag naar Den Haag. Niet alleen om daar de nieuwjaarsbijeenkomst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bij te wonen – en er tal van bekenden te treffen – maar ook om te proberen onze ontwikkelingssamenwerking met Gobabis zeker te stellen.
Vorige maand is besloten de rijkssteun voor ons werk in onze ‘twincity’ in Namibië stop te zetten. Nu staat het kabinet onder druk om er toch nog wat van te redden. Een lastige kwestie, want de huidige coalitie wil fors op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen. Ik zal hier maar niet verwoorden hoe ik daar tegenaan kijk. Wel hoop ik dat we hoe dan ook door kunnen gaan met iets te betekenen voor mensen die het veel minder goed hebben getroffen dan wij. We zouden geen knip voor de neus waard zijn wanneer we nu het bijltje er bij neer zouden gooien.

’s Avonds tegen negen uur terug in Drachten en nog ‘even’ naar gemeentehuis om de post te bekijken, wat stukken te paraferen en enkele brieven te tekenen. Deze dag heb ik de opening van de uitbreiding van het ziekenhuis ‘Nij Smellinge’ gemist (maar dat had ik directeur Cees Meijer al laten weten). Ook kon ik nu niet naar de korpsavond van onze onvolprezen plaatselijke brandweer. Maar gelukkig heb ik goede vervangers. Locoburgemeester Nieske Ketelaar was bij de brandweer en wethouder Egbert Berenst vertegenwoordigde het gemeentebestuur bij het ziekenhuis. Zo kon ik het weekend in, wel met de ‘alarmtelefoon’ op zak, want ik had dienst. Gelukkig werd ik in het weekend tijdens het voetbal niet opgeroepen. Maar balen was het wel. Beide noordelijke topclubs – Groningen en Heerenveen – verloren. Jammer, erg jammer.

Eerste Vorige 82/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven