- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Pas op de plaats
Pas op de plaats
Het is niet onopgemerkt gebleven dat de wekelijkse frequentie van deze blog eventjes verstoord is geweest. De reden daarvoor had niets met het ‘burgemeesteren’ te maken. Maar het viel op. Er wordt vaker naar deze blog gekeken dan ik me wel eens realiseer.
Op zich waren er wel onderwerpen om even te belichten. Zoals het stemmen met het rode potlood tijdens de laatste verkiezingen. Met al het extra werk dat daar dan nog bijkomt. Niet alleen voor de gemeente, maar ook voor de leden van stembureaus, die weer op de knieën moesten om de stembiljetten te rubriceren, zodat de stemmen geteld konden worden. En dat zal bij de volgende verkiezingen ook zijn. Alleen omdat een actiegroep stelde dat onder bepaalde extreme omstandigheden de privacy bij het stemmen wel eens in gevaar zou kunnen komen. Het past mij niet om daar publiekelijk een oordeel over te vellen, maar ik denk er het mijne van. Dat ik dus maar voor mezelf houd.
En er was nog een opmerkelijk voorval tijdens een openbare commissievergadering. Waarbij het er onder meer om ging hoe je naast je algemene burgemeestertaken je andere bestuurlijke portefeuilles invult. Simpel gezegd, als burgemeester en stadsvoorzitter sta je boven de partijen, maar geldt dat ook wanneer je als portefeuillehouder voor – in dit geval economische zaken – het beleid van het College van B&W toelicht en zo nodig verdedigt?
Aan de orde was het hoofdstuk Economische Zaken in het jaarverslag van de gemeente. Er werden door raadsleden vragen over gesteld en enkele kritische kanttekeningen geplaatst. Ik zat de vergadering zelf niet voor. Tot zover prima dus. Totdat een van de raadsleden in mijn ogen behoorlijk over de schreef ging met zijn kritiek. Waarop ik hem stevig van repliek diende. Op de inhoud natuurlijk. Met daarop een reactie van zijn kant dat ik als burgemeester niet boven de partijen stond. Maar ik reageerde in dit debat niet als burgemeester, maar als portefeuillehouder Economische Zaken. Verschillende rollen en toch dezelfde persoon. Blijkbaar kan niet iedereen dit van elkaar (onder)scheiden. Maar zolang ik dit zelf wel kan en de buitenwereld daarvan weet te overtuigen, lijkt er weinig aan de hand te zijn.
En er is meer. Veel meer. De discussie over de uitwerking van de cultuurclustering is een belangrijke fase gekomen. Met de uitvoering van enkele grote projecten is inmiddels of wordt binnenkort begonnen. Meteen na de zomervakantie zal in de gemeenteraad vermoedelijk over de gemeentelijke bijdrage aan de spoorlijn Groningen-Drachten-Heerenveen gesproken worden. Er zijn tal van overleggen geweest en er komen er nog meer over de bestuurskracht in onze provincie en de daarmee samenhangende eventuele herindeling. Ook zal duidelijk worden hoe we moeten omgaan met de grote financiële tekorten die bij de politie Fryslân blijken te bestaan. En wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn voor ons gemeentelijk veiligheidsbeleid. Zoals gezegd, er is veel meer.
De verschillende politieke partijen zijn al bezig met de voorbereidingen voor de raadsverkiezingen in maart 2010. Het wordt ook in dat opzicht een drukke tijd. Programma’s worden geschreven, kandidatenlijsten opgesteld en campagne gevoerd. En meteen na de verkiezingen volgen de besprekingen die moeten leiden tot de vaststelling van het Bestuursprogramma 2010-2014 en de verkiezing van de wethouders die dit door de gemeenteraad vast te stellen programma – met de burgemeester – moeten uitvoeren.
Juist in deze periode, van pakweg de zomer tot aan de lente van volgend jaar, is het van een nog groter belang dan gewoonlijk om als burgemeester volledig onafhankelijk te blijven. Om te voorkomen dat zaken wel eens anders geïnterpreteerd kunnen worden dan jezelf voor ogen had, is het beter even een pas op de plaats te maken. Ik had dit trouwens al eerder aangekondigd.
Dit is dan ook voorlopig mijn laatste burgemeesterblog op de gemeentelijke website van Smallingerland/Drachten. De laatste in een serie van inmiddels 68 bijdragen over aspecten van het burgemeesterschap. In het voorjaar van 2010 volgt wellicht nummer 69. Maar dat zien we dan wel.
Tot slot nog even dit. Degenen die af en toe toch willen weten hoe ik aankijk tegen voorvallen en ontwikkelingen in en rond Drachten, verwijs is graag naar de www.drachtenwiljemeemaken.nl, ofwel ons digitale marktplein. Deze site is tot dusverre een groot succes, waarmee we in ons land voorop lopen. Ik doe er actief aan mee, ook door af en toe – maar altijd onregelmatig – een blog of discussiebijdrage te plaatsen. Maar ook hier geldt dat de inhoud daarvan op van alles en nog wat betrekking kan hebben, behalve op de gemeentepolitiek in Smallingerland.
P.S. Vergeet niet naar het Simmerdeisfestival te komen en mee te doen aan dat wat er is. Donderdag 25, vrijdag 26, zaterdag 27 en zondag 28 juni. Theater, muziek en vooral beleving. Dr88 en omliggende dorpen laten zien dat ze cultureel voorop kunnen lopen.
Eerste Vorige 67/95 Volgende Laatste
Reacties
- Hieke (31-08-2009 12:24)Heb je ook Hyves??
- DD (30-08-2009 11:14)Essay 'de noardelike identiteit bestaat niet!' Voorzitter Doede Damsma van onze vernieuwingsbeweging was genomineerd voor de JM (= Je Maintiendrai) Prijs voor essays, proza en gedichten; zijn essay 'Noordelijke identiteit bestaat niet' met als ondertitel 'Noord-Nederland is een geografisch begrip' is een van de tien uit een aanbod van meer dan honderd. De inhoud van Damsma's essay staat nu in het boek, dat dinsdag 23 juni werd gepresenteerd. Onze voorzitter heeft helaas niet gewonnen: was het wat al te radicaal? Lees het essay hieronder en oordeel zelf. ‘Noord-Nederland’ is een geografisch begrip de noordelijke identiteit bestaat niet ‘Minister van Werk’ Esther Kroon pleitte in het kabinet van het Dagblad van het Noorden op 15 maart 2008 voor een van de Randstad afgesplitste nieuwe eenheid ‘Noorderland’. “De gehele bestuurlijke opzet van Nederland moet opgesplitst worden, waarbij iedereen zijn eigen taken en bevoegdheden krijgt.†Kroon hecht vooral grote waarde aan een spoorlijn naar Duitsland en Scandinavië en denkt daarmee de Randstad de loef af te kunnen steken. Dat roept de vraag op of het Noorderland van de ‘minister’ van het Dagblad van het Noorden ook over een eigen ‘noordelijke identiteit’ beschikt; dat zal vooral de werkelijkheidswaarde van haar Noorderland bepalen. Het begrip ‘Noord(erland)’ of ‘Noord-Nederland’ duikt in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen steeds vaker op. Door de toenemende schaalvergroting verdwijnt de associatie met de provinciale identiteiten en komt daar het geografische begrip Noord voor in de plaats. Het is echter maar de vraag of deze op een windrichting gebaseerde oriëntatie bij de bevolking aanslaat. De gemiddelde Drent, (west)Fries, Stellingwerver, Emmenaar, Liwwadder of eilander heeft er namelijk helemaal niets mee; laat staan dat over de grens een Oostfries of een Emsländer in Duitsland er warme gevoelens voor koestert. Noord lijkt vooral een geografisch begrip zonder een eigen identiteit. Noord-Nederland Die schaalvergroting van de laatste vijfentwintig jaar leidt tot steeds meer kritiek op de omvang van de provincies; opvallend is daarbij dat voortdurend het begrip ‘Noord’ of zelfs ‘Noord-Nederland’ als - beter - alternatief voor de regionale en provinciale identiteiten naar voren wordt gebracht. TV Noord, Radio Noord, Dagblad van het Noorden, Noord Nederlands Bureau voor Toerisme, FNV Noord, VNO-NCW Noord, Kamer van Koophandel Noord, Noord-Nederlands Orkest, Noorderzon, Partij voor het Noorden, Noordelijke Media Groep, Noorderbreedte, Noorderland, de lijst is met gemak uit te breiden. De ultieme politieke uiting van deze ‘noordelijke’ schaalvergroting is het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), maar ook op het culturele, sportieve en organisatorisch vlak komt deze term heel veel voor. Een opvallend verschijnsel daarbij is dat het vooral Groninger organisaties of uit Groningen voortkomende initiatieven betreft. Bovendien is de laatste tijd het SNN aan een behoorlijke slijtage onderhevig; het lijkt er op dat het noordelijk Samenwerkingsverband zijn langste en beste tijd gehad heeft. In Drenthe en Fryslân komt het begrip noordelijk slechts sporadisch voor: de vraag is natuurlijk waarom dat zo is. De trots van het Noorden De supporters van FC Groningen betitelen hun favoriete club met de geuzennaam ‘de trots van het Noorden’. Nu het de FC in de splinternieuwe Euroborg onder Ron Jans al enige jaren fantastisch gaat, is die betiteling natuurlijk wel terecht. Zeker omdat op het moment van schrijven er zelfs niets boven Groningen gaat: de ‘de trots van het Noorden’ gaat op dit moment zelfs even aan de leiding in de vaderlandse voetbalcompetitie, de eredivisie. Maar enige tijd geleden moesten de Grunnegers nog knarsetandend constateren dat SC Heerenveen de Champions League haalde, terwijl Groningen probeerde in de eredivisie terug te keren. Toch betitelden de Friese aanhangers van Heerenveen de club van Foppe de Haan toen vrijwel nooit als trots van het Noorden; en ook bij de supporters van de andere betaalde voetbalclubs in de noordelijke provincies komt die noordelijke associatie vrijwel nooit voor. AZ, Cambuur, Veendam of Emmen, bij zijn of haar eigen favoriete club heeft niemand het over de trots van het Noorden. Het begrip is dus waarschijnlijk vooral verbonden met het voetbal in de stad Groningen en haar directe omgeving. Identiteit Ommelanden In tegenstelling tot Drenthe en Fryslân heeft de provincie Groningen nauwelijks een eigen identiteit: dat is historisch goed verklaarbaar, want Stad bepaalt de laatste honderden jaren de identiteit van de Ommelanden. Tot ongeveer de zestiende eeuw was de identiteit van het gebied ten westen, noorden en oosten van de stad Groningen Fries en spraken grote delen van de bevolking daar ook de Friese taal. De Ommelanden waren onderdeel van een langgerekt kustgebied dat liep van West-Friesland tot achter de Wezer in Duitsland. De streken om de provincie Groningen heen heten heden ten dage nog steeds Fryslân, Ostfriesland en Friesland. Door de toename van de invloed van de Stad op de omliggende landen verdween eerst de taal en daarna ook de Friese identiteit van de Ommelanden. Alleen in het Westerkwartier langs de grens met Fryslân is er nog een bescheiden groep ‘Friestalige Groningers’ overgebleven. De benamingen van die tijd, midden of klein Friesland (rond 1500), werden al snel vervangen door ‘Stad en Lande’ en later Ommelanden; de definitieve nekslag voor een eigen Ommelandse identiteit was het moment, dat de provincie de naam van de belangrijkste stad kreeg: de provincie Groningen. Voor de voormalige Friese identiteit is in de provincie eigenlijk nooit iets in de plaats gekomen. Groningen en Fryslân Door de grote macht van Stad vond in de afgelopen twee eeuwen een vorm van centralisatie plaats, die vrijwel alle belangrijke voorzieningen naar de hoofdstad van de provincie trok. Het verschil tussen de provincies Groningen en Fryslân is wat dat betreft opmerkelijk; de stad Leeuwarden heeft zich nooit de zelfde sterke positie in haar eigen provincie kunnen toe eigenen. Dat terwijl het uitgangspunt van de hoofdstad van Fryslân, denk aan het Hof van Oranje-Nassau, altijd heel goed is geweest. En het dient gezegd, Groningen is daardoor ook veruit de belangrijkste stad van het noorden ons land geworden. In vrijwel niets zijn steden als Alkmaar, Assen, Den Helder, Drachten, Emmen, Meppel, Heerenveen, Leeuwarden, Sneek of Steenwijk de gelijke van de grootste stad van het Noorden. Maar in eigen omgeving heeft het Stad daardoor ook aan serieuze concurrentie ontbroken. De enige andere officiële stad met potentie in de Groninger Ommelanden, Appingedam, is nooit een bedreiging of aanvulling voor Stad geweest. De provincie is daardoor een soort waterhoofd geworden, waarom heen nauwelijks meer echte ontwikkelingen plaatsvonden. Van een eigen ontwikkeling van de (eerder Friese) Ommelanden is al helemaal geen sprake. ‘Elk nadeel hep zijn voordeel’ sprak Johan Cruijff al, maar dan wel voor Stad en Ommelanden in de omgekeerde vorm. Lebensraum Stad heeft - mede door het gebrek aan mogelijkheden en uitbreiding in noordelijke richting - te weinig ‘Lebensraum’ om maar eens een mooie Duitse term te gebruiken; daardoor vindt er al sinds de Tweede Wereldoorlog een economische expansie naar de Kop van Drenthe en over de A7 richting Drachten plaats. Het is ook precies dit gebied dat wel iets met het begrip noordelijk heeft. Bekendste voorbeeld daarvan is de burgervader van Smallingerland, de Groninger Bert Middel, een verklaard voorstander van de samenvoeging van de drie noordelijke provincies. Het lijkt er op dat de begrippen ‘noordelijk’ en Noord-Nederland een surrogaat voor de ontbrekende eigen identiteit van de Ommelanden zijn geworden. In Drenthe en in Fryslân beschikken de inwoners over meerdere identiteiten op verschillend niveau: een plaatselijke (of gemeentelijke) en ook een provinciale (of regionale) identiteit. De inwoners van de provincie Groningen daarentegen moeten het doen met de plaatselijke en die van Stad: ‘we zijn toch allemaal Groningers’. Ook wat de identiteit betreft is er een opvallende parallel tussen de ontwikkelingen in Groningen en Fryslân. In de negentiende eeuw en dan vooral in de tweede helft daarvan, ‘creëerde’ de Friese elite een eigen (culturele) identiteit. Allerlei voordien niet speciaal met de Friezen verbonden activiteiten werden daardoor ineens ‘unieke’ bezigheden, die door het Fries nationalisme werden geclaimd: het veel geprezen maar ook wel verguisde ‘Frysk eigene’. De voorbeelden zijn alom bekend: niet alleen de taal en de Elfstedentocht, maar ook onder meer het fierljeppen, het skûtsjesilen en kaatsen. Deze tegenwoordig sterk (over)geromantiseerde zaken zijn waarschijnlijk een Fries antwoord op de zich verslechterende economische situatie en op het verlies van autonomie na 1800. Er gaat niets boven Groningen In de stad en provincie Groningen vond deze ontwikkeling om allerlei redenen niet plaats. Daar komt - pas na de Tweede Wereldoorlog - wel een toename van de Groninger identiteit, ‘er gaat niets boven Groningen’, maar de nadruk ligt toch veel meer op het begrip ‘Noord’. Tegelijk met de hier al eerder gememoreerde economische expansie naar Drenthe en Fryslân ontstaan de organisaties, die de begrippen Noord en Noord-Nederland gebruiken. In tegenstelling tot de romantici een eeuw eerder in Fryslân is deze ontwikkeling in Groningen in de twintigste eeuw veel meer op schaalvergroting en rationalisatie (bijvoorbeeld VNO/NCW en de Partij voor het Noorden) gebaseerd. Maar de (over)-romantisering van het eigen gebied wordt ook hier zichtbaar in nieuwe bladen als Noorderbreedte en Noorderland. Deze beiden steken vooral de loftrompet over alles, met name het landschap, in de drie noordelijke provincies en creëren daarmee ook een vorm van ‘eigen noordelijke identiteit.’ Frappant daarbij is dat de noordelijke ideologen daarbij dus direct ook heel Drenthe en Fryslân ‘inpikken’. Iets dat de Friese romantici een eeuw eerder voor bijvoorbeeld West- en Ost-Friesland vrijwel nooit deden. Buiten de provincie Groningen en de grensregio’s met Drenthe en Fryslân, maakt de provincie Noord-Nederland of het Landsdeel Noord bepaald geen warme gevoelens los: sterker nog meer dan 90% van de Friese bevolking, blijkt uit allerlei onderzoeken, is een verklaard tegenstander van deze ontwikkeling. Het is een echt dilemma: de stad Groningen draait goed en heeft prima vooruitzichten, maar de provincie heeft een gebrek aan eigen identiteit en is voor veel Groningers zo eigenlijk al ‘Noord-Nederland’ geworden. Fraisen Jammer alleen dat die vervelende Drenten en vooral die ‘Fraisen’ niet aan de zo vurig gewenste schaalvergroting mee willen werken. En ook voor de Oostfriezen achter Nieuweschans is het begrip Noord natuurlijk een leeg begrip. Een beetje als Noordwest Duitsland of het gezichtsloze Weser-Ems gebied. Zij zien Groningers ook nu nog vooral als een soort van ‘Sudetenfriezen’. Het is dan ook maar de vraag of de ingezette weg wel zo verstandig is; wellicht doen de voorstanders van de ‘noordelijke aanpak’ er goed aan eens over hun eigen identiteit na te denken, met name die van de provincie. De twee grote bepleiters van een provincie Noord-Nederland of een Landsdeel Noord zijn VNO-NCW, de werkgeversclub en de politieke groepering Partij voor het Noorden. Beide zijn sterk op Groningen en dan met name de stad georiënteerd. De werkgevers benadrukken de rationaliteit en efficiency van een samenvoeging van Drenthe, Fryslân en Groningen. Zij vinden ‘gezeur’ over regionale identiteit vooral een sta-in-de-weg voor de economie en irrationeel. Met een mogelijke ‘noordelijke identiteit’ heeft VNO/NCW dan ook niet veel op. Maar het is maar de vraag of een provincie Noord-Nederland niet een op drijfzand gebaseerde schaalvergroting is. Van de meeste fusies in het bedrijfsleven en bij de overheid mislukken volgens fusieprofessor Hans Schenk meer dan 80%. Hoe zo rationeel? En de cultuurveranderingen bij fusies vormen volgens de Hay Group en de Sorbonne Universiteit een enorm gevaar voor het succes van schaalvergroting. Een gevaar dat niet alleen voor een samenvoeging van Drenthe, Fryslân en Groningen, maar bijvoorbeeld ook voor de fusiegemeente ‘Groot Sneek’ in Fryslân geldt. Noordelijke identiteit De Partij voor het Noorden baseert haar ideeën wel op de (vermeende) ‘noordelijke identiteit’; die identiteit is een vergaarbak waarin alle eigen regionale identiteiten worden gemieterd. De hoop van de PvhN is, dat Friezen, Groningers en Drenten er dan samen wel uitkomen. De partij had in 2002 een flitsende start met twee zetels in de Groninger Staten; maar in 2007 bleef partijvoorzitter Teun Jan Zanen, mede door de vermindering van het aantal zetels, moederziel alleen achter. Erger voor de ‘noordelijke autonomen’ was echter de slechte resultaten in Drenthe en Fryslân. Een teken aan de wand voor de populariteit en het gebrek aan eigen identiteit van het begrip Noorden. De facto het failliet van de grondslag van de Partij voor het Noorden. Het Landsdeel Noord van Zanen en professor Jan Oosterhaven blijft autonomie voor een niet bestaand volk, zonder eigen land in een (nog) niet bestaande constructie. Groot Groningen Het simpelweg fuseren van de drie provincies tot een soort Groot Groningen met de benaming Noord-Nederland zal in elk geval op weinig steun onder de rest van de noordelijke bevolking kunnen rekenen. Dat is bij de verkiezingen van 2007 wel duidelijk geworden. Maar ook vele onderzoeken onder de bevolking bevestigen het beeld. Noord-Nederland leeft alleen in de provincie Groningen en de aangrenzende gebieden in Drenthe en Fryslân. Pakweg de regio van Schiermonnikoog naar Kollum, over Drachten en Assen naar Veendam en dan door naar Nieuweschans. Dat is de enige basis voor de benaming Noord-Nederland. De van de Randstad afgesplitste nieuwe eenheid ‘Noorderland’ van minister van Werk Esther Kroon is dus een kansloze missie. Geografisch bestaat Noord-Nederland uit de drie provincies Drenthe, Fryslân en Groningen, de Koppen van Overijssel en Noord-Holland, de Noordoostpolder, het eiland Texel en Westfriesland. De samenhang tussen de inwoners van dit gebied is niet dat zij zich als noorderlingen zien. Daarmee bestaat de noordelijke identiteit voor het geografische Noord-Nederland de facto helemaal niet. Een provincie Noord-Nederland of een Landsdeel Noord is, qua regionale identiteit, dus een fictie: hooguit kan de (vergrote) provincie Groningen, als de bevolking en de bestuurders dat graag willen, zich Noord-Nederland noemen. Of dat verstandig is, is vers twee. Toekomstvisie Een land (of regio) zonder eigen identiteit en een sterke toekomstvisie is geen land: een provincie Noord-Nederland of een Landsdeel Noord heeft dus geen toekomst. Hoe het wel moet, is lastig te zeggen. Dat ligt vooral bij de Groningers. Zij zullen zich opnieuw op de eigen identiteit moeten oriënteren en wellicht zelfs ook een nieuwe moeten uitvinden. Wellicht is een teruggrijpen op de wortels en de historie van de Ommelanden verstandig. Onze problemen zijn er groot genoeg voor. Want overeenkomsten tussen de inwoners van het gebied boven de lijn van grofweg Alkmaar naar Almelo zijn er genoeg: onder meer de slechte(re) economische omstandigheden en de voorspelde zeespiegelstijging met daardoor de noodzakelijke bescherming van onze kusten. Deze problemen voor de toekomst maken een intensieve samenwerking tussen West-Friesland, Friesland, Drenthe, Groningen en Ostfriesland uiterst belangrijk. Een nieuwe regionale identiteit voor onze omgeving kan daarin een belangrijke rol spelen en zo voor een mooie en betere toekomst zorgen.
- Marian de Meer (07-07-2009 22:27)Geachte heer Middel, Ik weet niet of ik hier goed ben, maar denk dat u regelmatig de reacties op de weblog leest. Sinds vorige week is bij ons voor op de Drift bij het Reidingspark de Braziliaanse beeldhouwer Agostinho Moreira de Melo neer gestreken. Elke dag volgen we de vordering van zijn kunst echt geweldig, we hopen dan ook dat het kunstwerk hier blijft en wel op de andere kant van de vijver. Als het daar wat ruim gemaakt wordt kan het daar prachtig staan. Het park zou voor de toekomst een park kunnen zijn waar exposities gehouden kunnen worden van meerdere kunstenaars. Hopelijk denkt u er over na en komt eens kijken naar de plaats die we bedoelen, de wijk gaat mooi worden en dit geeft alleen nog meer aanzien. Wij zijn trots op Drachten en door de bouwput moet je heen kijken het word alleen maar mooier. Vriendelijke groet, Marian de Meer Raadhuisplein 72 (uitzicht op het park 9 hoog)

