- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Spraakmakers
Spraakmakers
Steeds meer nemen burgemeesters deel aan het publieke debat. Vaker wel dan niet gaat het daarbij over kwesties die de eigen gemeentegrenzen overstijgen. Ongeacht hun politieke achtergrond nemen burgemeesters als Job Cohen (Amsterdam, PvdA), Ivo Opstelten (Rotterdam, VVD) en Gerd Leers (Maastricht, CDA) het voortouw in discussies over respectievelijk integratie, veiligheid en legalisering van hennepproducten. Maar ook tal van burgemeesters van kleinere gemeenten schuwen de publieke discussie niet.
Mede daardoor verschuiven de beelden van het burgemeesterschap. Om het even scherp te stellen: de bedaagde lintendoorknipper van vroeger bestaat niet meer. Voorzover deze al ooit meer was dan een karikatuur. Tegenwoordig hebben ook burgemeesters een mening. Steeds meer van hen durven daar ook voor uit te komen. Zeker als het om zaken gaat waar zij in hun dagelijks functioneren direct mee te maken hebben. Zoals alles wat met openbare orde en veiligheid te maken heeft, met huiselijk geweld, met volksgezondheidrisico’s, met rampenbestrijding, met de externe contacten van de gemeente en met de relatie burger-bestuur. Allemaal thema’s die steeds meer op de voorgrond treden en die stuk voor stuk op het bordje van de burgemeester liggen. Nu eens in zijn rol als voorzitter van het gemeentebestuur, dan weer in zijn meer onafhankelijke positie als zelfstandig bestuursorgaan. Het onderscheid tussen beide is overigens lang niet altijd duidelijk.
Misschien was het vroeger al heel wat om burgemeester te zijn, nu gaat het er vooral om dat je als burgemeester ook wat doet. En wanneer je van aanpakken houdt, lijkt het wel eens of je voortdurend aan de weg timmert. Alsof dit een doel op zich zou zijn.
Dit laatste wordt wel eens zo ervaren, ook door personen die zelf actief zijn in het openbaar bestuur. Het viel me vorige week op, tijdens een bijeenkomst over de relatie tussen pers en gemeentepolitiek. Gemeenteraadsleden en raadsgriffiers uit Friesland en Groningen bespraken met een drietal journalisten hoe en wanneer je in het nieuws komt. Daarbij bleek dat sommigen ‘nieuws maken’ vooral als een doel op zich beschouwen. Is het niet bij zichzelf, dan menen zij dit wel bij anderen te ontwaren. Want ‘scoren’ in het nieuws betekent enige naamsbekendheid en die kan van pas komen als je verder wilt in het bestuurlijk leven. Waarbij voorbij wordt gegaan aan het simpele feit dat het nieuws van vandaag doorgaans morgen al weer verouderd en overmorgen geheel vergeten is.
Anderen zien nieuws maken vooral als een instrument om iets te berde te brengen en vervolgens ook te realiseren. Of om plannen van anderen juist tegen te gaan. Maar zelf denk ik dat doel en middel niet altijd zo simpel te scheiden zijn. Want niets menselijks is ook politici vreemd.
Volgens de journalisten is nieuws alleen interessant nieuws als het nieuws is. Een aardige cirkelredenering, waarbij de vraag centraal staat wie dan bepaalt wat eigenlijk nieuws is. Natuurlijk is dat de journalist zelf, maar toch ook degene die van zich doet spreken. Wanneer zijn of haar boodschap enige impact heeft voor de omgeving, heeft dat nieuwswaarde.
Ik moest hier aan denken naar aanleiding van mijn weblog van de vorige week. Ik pleit daarin onder meer voor legalisering van softdrugs en voor controle op de teelt, op de distributie en op de kwaliteit ervan. Ik doe dat niet voor de lol. Evenmin doe ik dat omdat ik softdruggebruik zou toejuichen. Integendeel, ik vind het schadelijk spul, zoals nicotine dat ook is. En nog veel meer, helaas. Maar wanneer je ziet dat de criminaliteit toeneemt, de openbare orde verstoord dreigt te worden en de volksgezondheid in het geding is, wordt het tijd om iets te ondernemen. Waarbij je ook onconventionele maatregelen kunt overwegen. Niet als doel op zich, maar als instrument. Hierover moet je het politieke en publieke debat niet schuwen. Een bestuurder zonder lef wekt niet gauw irritatie, maar bereikt uiteindelijk weinig of niets. Wanneer je meer wilt dan alleen op de winkel passen, kan het af en toe geen kwaad je nek even uit te steken.
Maar wanneer je dan moet horen dat je weer eens een steen in de vijver gooit om op te vallen, houdt de mogelijkheid van discussie en meningsvorming op. Helaas. Dan valt er niets meer te argumenteren. Ik toets mijn mening graag aan die van anderen, zeker aan die van andersdenkenden. Maar met kortzichtigheid kan ik helemaal niets. Het is niet anders.
Eerste Vorige 50/95 Volgende Laatste

