Krasse Knarren

Een van de leuke kanten van het burgemeesterschap is het persoonlijke contact met mensen. Bijvoorbeeld met inwoners die honderd jaar of ouder zijn geworden. De eeuwlingen dus, of – met dank aan Van Kooten en De Bie – de 'krasse knarren'.

Vooral wanneer de betrokkenen nog helder van geest zijn, is het erg leuk even met ze te praten. Zij zijn nog levende bronnen van 'oral history', met elk een persoonlijke geschiedenis. Maar daarnaast beslaat hun leven een tijdperk waarin meer veranderd is dan ooit eerder in de geschiedenis. Zij maakten twee wereldoorlogen mee, de crisis in de jaren dertig, de dékolonisatie van Indië, de periode van herstel en opbouw, de 'sixties', de Koude Oorlog, de val van de Muur, Twin Towers en nog veel meer.

Het is een goede traditie dat de burgemeester op bezoek gaat bij degenen die honderd jaar of ouder worden. Een enkele keer wordt een dergelijk bezoek niet op prijs gesteld. Dan is de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van de jarige dusdanig, dat het weinig zin heeft om de felicitaties persoonlijk over te brengen. Maar in de meeste gevallen wordt mijn bezoek zeer op prijs gesteld. Niet alleen door de jarige, maar ook door zijn of (meestal) haar familie.

Dit jaar hebben al vijf van onze inwoners de grens van honderd jaar overschreden. En er volgen – bij leven – nog twee. Deze week was ik bij mevrouw Meijer-Veenstra, die sinds twee jaar in Rispinge woont. Daarvoor zorgde ze nog voor zichzelf. Een leuke en slimme vrouw, modieus gekleed, die alles nog erg goed volgt. Ze vertelde vlot en openhartig over haar leven, waar ze nog een tijdje mee door wil gaan. Vorige week was ik bij de honderdjarige mevrouw Osinga-Van den Bosch. Ik wilde haar 's ochtends bezoeken, maar dat schikte niet. Mevrouw moest eerst nog even naar de kapper. Om er zeer verzorgd uit te zien. Ze woont alleen, kookt dagelijks haar eigen potje, doet zelf boodschappen en is veel in de bibliotheek te vinden. Mooi om op een dergelijke manier oud te kunnen worden.

Maar zo gaat het helaas niet altijd. Er zijn ook honderd-plussers die nauwelijks meer kunnen zien, slecht horen en weinig bewegen. Vrienden en kennissen zijn allemaal overleden. Kinderen en kleinkinderen – voorzover van toepassing – wonen ver weg. En dan bestaat het leven vooral uit "met de handen op tafel zitten", zoals een van hen mij onlangs toevertrouwde. Drie keer per dag contact met een verzorgende van het huis waarin men woont. En dat is het dan. Geen boeken, geen kranten, geen radio, geen televisie, geen kerkdienst, geen sociale contacten. Zo kan het dus ook gaan.

Begin dit jaar overleed mevrouw De Jonge-Mebius, ofwel juffrouw Tettje, een voormalige lerares. Ze werd 105 jaar. Ik heb haar enkele keren bezocht en was onder de indruk van haar levensvreugde. Onze oudste inwoner is nu mevrouw Mulder-Van der Meer, die in januari 104 jaar is geworden. We hebben ook nog drie inwoners die 101 jaar zijn. Vorige maand was ik bij mevrouw Roorda-Oedsma, om haar te feliciteren met haar 101ste verjaardag. Volgende maand wordt – naar ik hoop – de heer Snelders 102 jaar. Toen ik hem vorig jaar bezocht, dacht ik dat hij zijn eigen zoon was. In plaats van een oude man van 101 zag ik een vitale zeventiger bij het raam zitten, druk bellend met een vlotte Amsterdamse tongval. Hij had overal een mening over en becommentarieerde met groot enthousiasme zijn bezoek, inclusief de burgemeester. Prachtig.

Al met al heeft onze gemeente aan het einde van dit jaar (maximaal) vijftien inwoners van honderd jaar of ouder. En dat op een totaal van 55.126, gemeten op 1 augustus van dit jaar.
Het is mooi om oud te mogen worden. Maar niet altijd.

P.S. Volgende week reis ik met ruim dertig Drachtster ondernemers door China. De volgende blog verschijnt daarom op 3 oktober a.s.

 

Eerste Vorige 41/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven