- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Gemeenteraad
Gemeenteraad
Volgens de Gemeentewet vormen de gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders samen het bestuur van de gemeente. Dus ook bij ons. De omvang van de raad wordt bepaald door het inwonertal van de gemeente. Smallingerland hoort bij de vijftig à zestig grootste gemeenten in ons land en heeft 31 raadsleden. Dit aantal ligt vast in de wet. We kunnen er zelf niets aan veranderen, als we dat al zouden willen. Ook het maximale aantal wethouders dat door de gemeenteraad mag worden gekozen, hangt af van het inwonertal van de gemeente. Onze gemeente mag volgens de wet 5,6 wethouders aanstellen en doet het in de praktijk met vier voltijders. Het vijfde lid van het College, de burgemeester, heeft naast zijn wettelijke taken ook enkele bestuursportefeuilles, zoals Economische Zaken en Communicatie. Het College wordt gecompleteerd door de gemeentesecretaris, die tevens leiding geeft aan de ambtelijke organisatie van onze gemeente.
De gemeenteraad heeft vier hoofdtaken. Hij is de gekozen volksvertegenwoordiging van de inwoners van onze gemeente. Daarnaast stelt de raad de kaders van het gemeentelijke beleid vast. Hij bepaalt ook de budgetten voor de gemeentelijke uitgaven. Ten slotte controleert de raad het bestuurlijke werk van het College van B&W.
Sinds de invoering van het dualisme heeft de raad een eigen secretaris, de griffier. De wet bepaalt dat de burgemeester de gemeenteraad voorzit. De (meerderheid van de) raad draagt zelf de door hem gewenste burgemeester voor benoeming door de Kroon – dus de regering – voor. In verreweg de meeste gevallen wordt deze voordracht gevolgd. Dat was ook in Smallingerland het geval.
Sinds de raadsverkiezingen van 2002 zijn de wethouders niet langer lid van de gemeenteraad. En dus evenmin van hun politieke raadsfracties. Daarmee is een einde gekomen aan het langjarige bestaan van het bestuurlijke monisme in gemeenteland (en ook in provincies). Er is nu sprake van dualisme, net als op het landelijke niveau, waar de regering de uitvoerende macht heeft en de het parlement controleert en de wetten en budgetten vaststelt.
Zelf ben ik zeventien jaar lid geweest van het parlement. Zo weet ik uit ervaring dat het er in Den Haag behoorlijk ‘monistisch’ aan toe kan gaan. Het kabinet en de bijbehorende coalitiefracties in de Tweede Kamer bedisselen erg veel vooraf en timmeren achteraf ook veel dicht. Dit is ongeacht de overheersende politieke kleur van dat moment.
In Smallingerland zijn tien raadsfracties, waarvan vijf eenpersoons. Dit zijn er veel. Of het er ook teveel zijn, laat ik in het midden. Sommigen pleiten voor een hogere kiesdrempel, waardoor een partij meer stemmen nodig heeft om in de gemeenteraad verkozen te worden. Mijn bezwaar daartegen is dat het kleur uit de lokale democratie kan wegnemen. Nu is het voor kleinere bevolkingsgroepen mogelijk om in de gemeenteraad vertegenwoordigd te zijn. Stel dat de kiesdrempel van 3,2% (in 2006 bij ons 867 stemmen) zou worden verdubbeld, dan zouden de beide plaatselijke partijen (Gemeentebelangen Smallingerland en Smallingerlands Belang), de FNP en GroenLinks niet meer in onze raad vertegenwoordigd zijn.
Van oudsher vormen de sociaal-democraten (PvdA) en christen-democraten (voorheen ARP, nu CDA) de grote fracties in onze raad. Nu eens is de één de grootste, dan weer de ander. Sinds jaar en dag werken ze samen in het gemeentebestuur, elk vanzelfsprekend vanuit de eigen uitgangspunten. Mij past als burgemeester geen enkel partijpolitiek oordeel, maar toch verwacht ik dat aan deze bestuurlijke traditie niet zomaar een einde zal komen. Tussen deze beide grote fracties en de eenpersoonsfracties bevinden zich de ChristenUnie, de SP en de VVD.
Raadslid zijn is niet altijd even dankbaar werk. Wanneer je het goed doet kost het je veel tijd, energie en af en toe ook wel eens wat irritatie. Meermalen krijg je te horen dat het niet goed is of dat het op een andere manier niet deugt. Er staat weliswaar een financiële vergoeding tegenover, maar dat is geen vetpot. Maar je bent wel bij alles en nog wat betrokken en blijft daarmee goed geïnformeerd. En dat is ook niet niks.
Het belangrijkste wat een raadslid nodig heeft is een juiste houding, waarin betrokkenheid, gedrevenheid en gevoel samenkomen. Met deze houding als basis kan er veel aan kennis en vaardigheden worden bijgeleerd. Wanneer deze grondhouding ontbreekt, wordt het er niet gemakkelijker op.
Zelf was ik met plezier raadslid. In 1974 had mijn partij een grote verkiezingsoverwinning in mijn geboorteplaats Groningen behaald (van 12 naar 18 zetels van de in totaal 39). Ik zou in de raad komen, maar destijds moest je daarvoor 23 jaar zijn (nu is dat 18). Dat was ik nog niet. Bij de verkiezingen daarop, in 1978, werd ik gemeenteraadslid in mijn toenmalige woonplaats Assen. Na twee perioden van vier jaar stopte ik ermee, want ik verhuisde naar een andere Drentse gemeente. Later zou ik nog lijsttrekker bij de verkiezingen voor Provinciale Staten in Drenthe zijn en lid van de Tweede en Eerste Kamer.
Het mooie van het raadslidmaatschap vond – en vind – ik vooral dat je dicht bij de mensen kunt blijven en af en toe ook iets voor ze kunt betekenen. En dat je leert met verschillende belangen om te gaan. Dat je inzicht krijgt in hoe beleid tot stand komt en hoe je dat kunt beïnvloeden. En dat je gaat inzien dat er een groot verschil is tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. En eigenlijk nog veel meer.
Gelukkig zijn er iedere keer weer burgers bereid om gemeenteraadslid te worden. Ik heb respect voor ze. Met minimale middelen wordt van hen verwacht dat zij naast ondersteuning een gezond tegenwicht bieden aan de beroepsbestuurders in het College van B&W en het ambtelijke apparaat dat dit college ter beschikking staat. Wat ik persoonlijk wel jammer vind, is dat raadsleden die er kwalitatief boven uitspringen niet zelden te vroeg vertrekken. Dit is omdat ze wethouder worden – of iets anders, zoals gemeentesecretaris of Statenlid – of omdat hun partij de duur van de zittingsperiode beperkt.
Ik beschouw de gemeenteraad als ‘mijn baas’. Dus niet de Commissaris der Koningin, die mede als taak heeft om namens de rijksoverheid toezicht te houden op de gemeenten in zijn provincie. En die ook in de benoemingsprocedure voor burgemeesters een belangrijke rol speelt. Maar de gemeenteraad heeft mij uiteindelijk feitelijk gekozen, hoewel het formeel nog steeds om een Kroonbenoeming gaat. Dit laatste zal de komende jaren ook wel zo blijven. Pogingen om het anders te doen – vooral rond de direct gekozen burgemeester – zijn gestrand, omdat een daartoe vereiste wijziging van de Grondwet te weinig steun had. Waar ik overigens zelf medeverantwoordelijk voor was, want in het parlement was ik een van de tegenstemmers. Maar daarover meer in een volgende blog.
Eerste Vorige 39/95 Volgende Laatste
Reacties
- Rink (16-12-2008 17:35)Geachte Heren, Van dag stond er weer in de krant [Leeuwarder Courant 16-12-08 ]Smallingerland geeft al extraatjes tot een inkomen van110 procent van de bijstandsnorm. Dat kan bijvoorbeeld een computer zijn voor een gezin met kinderen. Dit roepen jullie haast al twee jaar en als je er naar vraagt bij je kontact persoon bij de sociale Dienst dan weten ze van niets. Hoe kunnen jullie dit schrijven en zeggen of spelen jullie wat bluf poker daar in de raadzaal. ik zit haast al 10 jaar in de bijstand en er wordt altijd gezegd dat ze ons helpen en er niet op achter uit gaan,Maar volgens mij wordt het steeds minder met ons want we moesten als gezin ook al 2 x 150 euro = 300 Euro eigen bedrage ziekenfonds betalen en dat is voor ons weer inleveren waar jullie niets aan doen ook geen Computer we moeten het al een helle tijd met een oude doen waneer gebeurt het nu wel echt of maken wij dat niet meer mee. Vriendelijke Groeten, Rink Wijnstra Geelgorsstraat 109 9201 TS Drachten

