DE FRIESE G-4

De wereld kent de G-8, ofwel onze mondiale economische grootmachten. Nederland kent de G-27, ofwel de zevenentwintig gemeenten die mogen meedelen in het ‘grote-steden-beleid’. Fryslân kent geen enkele gemeente boven de 100.000 inwoners. Wel zijn er vier plaatsen in inwonertal groter dan de rest van de Friese gemeenten. In volgorde van grootte zijn dit Leeuwarden, Drachten, Heerenveen en Sneek.
Tegelijkertijd zijn juist deze plaatsen de economische centra van Friesland. Hier is volop ruimte voor dynamiek en dat mag ook wel. Want nog altijd loopt het aandeel van Fryslân in onze nationale economie fors achter bij het aandeel Friezen in onze totale bevolking. Deze scheve verhouding moet worden rechtgetrokken. Zeker wanneer we als Fryslân – en zeker als Noord-Nederland – binnen het Europa van de regio’s op termijn de eigen broek willen ophouden. Dus niet meer bij voorbaat vragend blikken in de richting van Den Haag. Niet langer met enige naijver opkijken naar wat in de Randstad gebeurt.
Zelfbewustzijn tonen, zonder arrogantie uit te stralen. Daar gaat het om. En  we kunnen het. Zolang we onszelf niet tegenwerken.

Fryslân is een ‘prachtprovincie’. Met een natuurschoon en een rust die bewaard moet blijven voor volgende generaties. Met veel wat ‘lyts’ is en dat ook gekoesterd moet worden. Maar om dit alles mogelijk te maken moet wel geld verdiend worden. Binnen de eigen provincie. Fryslân mag op termijn niet verworden tot een soort reservaat waar alles ‘lyts’ en mooi is, maar waar andere ontwikkelingen stagneren of zelfs verdampen. Een economisch sterker Fryslân kan meer betekenen voor het sociale en milieubeleid in onze provincie. De grotere gemeenten moeten dan ook van de provincie kunnen verwachten dat zij de komende jaren hun economische dynamiek vast kunnen houden en waar mogelijk uitbreiden.
Maar wanneer je de onlangs verschenen provinciale notitie over de toekomst van onze bedrijfsterreinen leest, is het moeilijk de dan opkomende irritatie te onderdrukken. Hierin komt naar voren dat het tot 2022 eigenlijk wel genoeg is. Van de provincie Friesland mag verwacht worden dat zij op economisch terrein stimuleert, initieert, faciliteert en voorwaarden schept. Uit deze notitie blijkt dit niet. Maar gelukkig heeft gedeputeerde Sjoerd Galama – die over de Friese economie gaat – ons laten weten dat de notitie de status van een discussiestuk heeft en dat hij er anders niet mee akkoord was gegaan. Een hele geruststelling. De soep zal dus wel niet zo heet gegeten worden.

Al eerder hebben de vier grotere Friese gemeenten er bij het provinciebestuur – en met name bij de toenmalige commissaris Ed Nijpels – op aangedrongen hen de ruimte te geven die niet alleen zij, maar heel Fryslân nodig heeft. De nieuw aangetreden commissaris John Jorritsma heeft dit opgepakt. Inmiddels spreekt hij over de ‘Friese G-4’. Vorige week was hij op werkbezoek in Drachten en kon hij onder meer vanuit de lucht met eigen ogen zien hoe Drachten zich ontwikkelt. En hoeveel aandacht ons gemeentebestuur geeft aan natuur, milieu, recreatie en groenvoorzieningen. De dorpen en de meeste wijken liggen er prachtig bij. De overige worden op dit moment aangepakt. Dit is een keuze van onszelf en dat kost veel geld. Geld dat eerst verdiend moet worden. En dat kan gelukkig in de regio-Drachten. En dat moet vooral zo blijven.

In de marge van zijn bezoek aan onze gemeente verklaarde de commissaris in een persgesprek dat de Friese G-4 bij de komende herindeling de kern moeten vormen van een stevig verzorgingsgebied. Alleen dan kan de dynamiek doorzetten. Het komt overeen met wat ik eerder heb bepleit, onder meer op deze plek (weblog ‘Bestuurskracht’ van 5 oktober 2007). Dus los van de bestaande gemeentegrenzen herindelen, met als kern krachtige stedelijke centra met een veelvormig voorzieningenniveau. Met daarnaast enkele grote en sterke plattelandsgemeenten. En met daarbij provinciehoofdstad Leeuwarden als grootste, al was het alleen maar om overbodige en vermoeiende discussies te voorkomen.
Of je het nu met commissaris John Jorritsma eens bent of niet, de man heeft een mening. En durft deze openlijk te uiten. Dat siert hem, los van het feit dat ik het op dit punt ook nog met hem eens ben. Alleen hoop ik wel dat zijn opvattingen gedeeld worden door het provinciaal bestuur. En dat dit bestuur de lef toont om ook op dit punt uit de kast te komen. En daarna door te pakken.

De tijd begint te dringen. Lokale bestuurskracht lijkt mij niet bij uitstek een geschikt thema om mee de Statenverkiezingen in te gaan. Daarom moet de besluitvorming voor de komende Statenverkiezingen van 2011 haar beslag krijgen. Verantwoordelijk gedeputeerde Sjoerd Galama staat gelukkig niet bekend als een doetje. Op velerlei fronten wil hij doorpakken. Prima, maar nu ook als het onze bestuurskracht en daarmee onze economische perspectieven gaat.

 

Eerste Vorige 38/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven