De waardigheid van het ambt

Zomaar een voorval in de nieuwe raadzaal van het gemeentehuis in Drachten, enige maanden geleden. De gemeenteraad van Smallingerland is in vergadering bijeen. Buiten is het aangenaam zomers warm, binnen bijna ondraaglijk heet. De airco functioneert blijkbaar (nog) niet. Het ene na het andere raadslid ontdoet zich van overtollige kledingstukken. Geen enkel probleem, maar achter de verhoogde presidiumtafel houden zowel de burgemeester als de raadsgriffier hun jasje aan en hun dasje voor. “Uit respect voor de raad”, verklaart de burgemeester desgevraagd. De raad kan doen wat hij wil, maar op dat moment zijn de burgemeester en de raadsgriffier – dus de voorzitter en de secretaris van de raadsvergadering – in functie.
Sommigen kijken een beetje bevreemd. Immers, voor zowel burgemeester als de griffier is het ‘jasje-dasje’ in het dagelijkse leven niet de favoriete kleding. Beiden hebben liever een stropdas in de binnenzak (voor het geval dat…) dan om de nek geknoopt. En toch piekeren ze er niet over om tijdens een raadsvergadering zich van dat knellende kledingstuk te ontdoen. Waarom niet? Daar zit een verhaal achter.

In vroegere tijden was een burgemeester vaak iemand die ook als persoon op grote afstand stond van het 'gewone' volk. Door afkomst, connecties of wat dan ook was er van nature al onderscheid tussen de notabele ambtsdrager en anderen. Daar kwam dan nog eens bij dat het ambt zelf afstand schiep. Want een burgemeester was in zijn ('haar' gold toen nog niet) tijd wel de gezagsdrager bij uitstek. En dat moest ook uitgedragen worden. In woord en gebaar.
Maar ook in de burgemeesterswereld heeft de democratisering toegeslagen. En wel op twee manieren.

Aan de ene kant vormt het burgemeestersgilde steeds meer een afspiegeling van de bevolking. Waar vroeger vooral aristocraten van het mannelijke geslacht het gezag vertegenwoordigden, is dat gelukkig wel veranderd. De toegang tot het burgemeestersambt staat nu in beginsel open voor vrijwel iedereen.

Aan de andere kant is het vooral de gemeenteraad die bepaalt wie er burgemeester in de eigen gemeente wordt of blijft. Formeel is er nog sprake van een benoeming door de Kroon – dus door de regering – na voordracht van de gemeenteraad en de Commissaris der Koningin. Feitelijk bestaat de door de raad gekozen burgemeester al in verreweg de meeste gevallen. Waar burgemeesters voorheen vooral de Commissaris der Koningin – die het rijkstoezicht over gemeenten uitoefent – als hun 'baas' zagen, wordt de laatste jaren vooral de gemeenteraad als zodanig beschouwd. En dan vooral de verzamelde fractievoorzitters, die ook wel 'de senioren' worden genoemd. Ook de (meerderheid van de) gemeenteraad en niets of niemand anders bepaalt aan welk profiel zijn burgemeester moet voldoen. En het zijn meestal de fractievoorzitters die – als vertrouwenscommissie – de sollicitatiegesprekken met kandidaat-burgemeesters voeren.
In mijn functioneren als burgemeester probeer ik waar mogelijk mezelf te zijn. Informeel, maar wel heel serieus. Dan hoef je er ook niet steeds op te letten wat je moet doen en nalaten. Mensen die mij kennen weten dat ik weinig – eigenlijk niets – met decorum heb, dat ik graag eigentijds en 'casual' gekleed ga en dat ik allergisch ben voor bestuurlijke arrogantie en arrogante bestuurders. Kortom, doe maar gewoon, want dan doe je al gek genoeg. Sommigen – ook in reacties op deze 'site' – noemen mij "een man van het volk" en gezien mijn achtergrond klopt dat ook wel. En aan het gebruik van de ambtsketen heb ik al eerder een weblog gewijd (de zesde in deze reeks, 2/11/07).

Maar dit alles neemt niet weg dat je als burgemeester bij tal van gelegenheden de burgers van je gemeente, de gemeenteraad of het gemeentebestuur vertegenwoordigt. En daar heb je in je presentatie en contacten gewoon rekening mee te houden. En dan draag ik mijn werkkleding. Geen driedelige krijtstreep, maar meestal wel 'jasje-dasje'. Zeker als ook nog 'de ketting' om moet. Persoonlijk vind ik het geen kijk om een ambtsketen te dragen op een trui of T-shirt. Ook in deze moderne tijden waarin (bijna) alles moet kunnen, is en blijft de burgemeester een gezagsdrager. Niet als persoon, wel in zijn functie. En zelfs die twee zijn niet altijd uit elkaar te houden. Dit betekent dat je rekening hebt te houden met de waardigheid die nu eenmaal bij het ambt hoort, hoe losjes en informeel je verder ook bent. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik me niet leen voor allerlei stunts die er vooral op gericht zijn om het publiek te vermaken. Zo vroeg men mij bij de opening van een beurs om verkleed als treinconducteur heel hard op een fluitje te blazen. Dat zou leuk zijn, omdat Drachten weer aan het spoor komt. Nou nee dus, voor mij niet. Ik doe geen dingen die mij wezensvreemd zijn.

Maar ik heb er niets op tegen om fietsend of zwemmend iets te openen, omdat ik deze activiteiten normaal ook doe. Toen ik enkele maanden geleden als diskjockey in het popcentrum 'Iduna' optrad, was dat om het publiek kennis te laten maken met mijn muziekvoorkeur, rock & roll. Muziek die ik thuis vrijwel elke dag draai. Daar is dus niets gekunstelds aan. Zolang je maar in de buurt van jezelf blijft. Wanneer dat niet meer lukt, slaat de kramp toe en daar is niemand bij gebaat. Zeker de gemeente niet.

Eerste Vorige 37/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven