- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Wie schrijft, die blijft
Wie schrijft, die blijft
Van bestuurders wordt wel eens gezegd dat ze niet schrijven. Of zelfs niet kunnen schrijven. Dat doen ambtenaren dus voor hen. Of namens hen. Niet voor niets wordt het gezegde ‘wie schrijft, die blijft’ aan ambtelijke kringen toegeschreven. Althans, zo gaat het verhaal. Bestuurders komen en gaan, maar ambtenaren blijven altijd bestaan.
Goed, bestuurders schrijven dus niet. Nou, ik dus wel. Niet alleen buiten mijn dagelijks werk als burgemeester, maar ook daarbinnen. Ik beantwoord dagelijks heel wat mails. En sms-jes. Ook schrijf ik zelf af en toe ‘ambtelijke’ notities over onderwerpen waar ik nauw bij betrokken ben. Dit gaat sneller dan wanneer ik het anderen laat doen. Het verplichte burgerjaarverslag schrijf ik ook, zodat ik geen concepten van anderen hoef te becommentariëren. En de enkele keer dat ik een toespraak van te voren op papier zet, doe ik dat zelf. Zelfs ‘officiële’ brieven schrijf ik af en toe zelf. Zo ook mijn weblog. Ik ben namelijk ‘schrijf-gek’. En daarmee gek op schrijven. Ik kan me geen leven zonder schrijven voorstellen. Zo is het altijd geweest en zo zal het ook wel blijven.
Wanneer je schrijft, kun je je druk maken over de meest onbelangrijke dingen, die soms tot grote proporties worden opgeblazen. Zo ben ik helaas een taalpurist. Wanneer ik een brief of notitie onder ogen krijg, zie ik meestal meteen fouten in spelling of stijl. En ook simpele tikfouten. Dat is hinderlijk, want het leidt me af van de inhoud.
Ik betrap mezelf regelmatig op een slechte eigenschap. Wanneer ik in een brief van een of andere instantie een taalfout zie, krijg ik meteen de neiging de inhoud van zo’n brief minder serieus te nemen. In de trant van: Als je niet eens fatsoenlijk kunt schrijven, zal de rest ook wel niet helemaal deugen. Maar ik heb dit alleen bij officiële brieven. Wanneer burgers mij schrijven, interesseert het me niet of hun brieven al dan niet correct geschreven zijn. Ik ben al lang blij dat ze de moeite nemen hun gedachten en opvattingen op papier of op de mail te zetten.
Dat ik taalpurist ben geworden, heb ik voor een belangrijk deel te danken aan mijn eerste echte leermeester, met wie ik altijd bevriend ben gebleven. Deze week ontving ik zijn overlijdensbericht. Prof. dr. Ies Lipschits overleed op 77-jarige leeftijd in Groningen, na een veelbewogen en buitengewoon productief leven. In de zomer van 1975 haalde hij me als pas afgestudeerde naar de Groningse universiteit en maakte hij me hoofd van het studie-en documentatiecentrum Nederlandse politieke partijen. Daar schreef ik over Nieuw Links in de PvdA, over het ontstaan van de VVD, over de totstandkoming van wat het CDA zou worden en over de gang van zaken binnen D66. En ik gaf colleges aan studenten in de eigentijdse geschiedenis.
Ies Lipschits heeft me consequent behoed voor het gebruik van germanismen in onze taal. Als joods oorlogsgetroffene was hij allergisch voor taalvervuiling als gevolg van invloeden die vanachter onze oostgrens tot ons kwamen. Wanneer het woord ‘meerdere’ weer eens gebruikt werd, was zijn reactie: “Meerderen heb je in het leger”. Het Duitse ‘mehrere’ betekent verscheidene of eventueel verschillende. In plaats van ‘meerdere’ kun je volstaan met ‘meer’ of met ‘verscheidene’.
Ook het veel misbruikte woord ‘opgave’ kon de toets van zijn kritiek niet weerstaan. Wanneer iemand weer eens meldde dat hij of zij iets als een belangrijke ‘opgave’ zag, werd Lipschits verbolgen. In het Duits staat ‘Aufgabe’ voor ‘taak’. Maar er bleek zoveel meer te zijn. Zoals brieven die ik van ‘jouw’ krijg en dus niet van ‘jou’. Of een gemeenteraad die opeens ‘zij’ wordt genoemd in plaats van ‘hij’. Of het college van B&W dat ‘haar’ besluiten neemt. Of een meisje, ‘die’…. En dan hebben we het nog niet eens over ‘hun’ in plaats van ‘zij’.
Ook was er nog het gebruik van bijwoorden als bijvoeglijk naamwoord, wat natuurlijk helemaal niet kon. ‘Respectievelijke’ (het is ‘respectieve’) of ‘plotselinge’ (het is ‘plotse’) zijn bekende voorbeelden. Of ‘plotsklaps’, wat ook al niet kan. Het is ‘eensklaps’. Of natuurlijk ‘plotseling’.
Wanneer ik mijn leermeester een tekst voorlegde, keek hij eerst naar het Nederlands, daarna pas naar de inhoud. Het irriteerde me af en toe behoorlijk en vervolgens heb ik deze gewoonte overgenomen.
Tijdens mijn lidmaatschap van ons parlement was ik enige jaren betrokken bij de Nederlandse Taalunie, een samenwerkingsverband van Nederland en Vlaanderen. Onze taal stond in het werk van deze unie centraal. Ik trof er tal van Vlaamse collega’s, die bijna allemaal meesters waren in het gebruik van zuiver Nederlands. Zonder germanismen, zonder Engelstalige termen en met af en toe een francofone uitglijer. Prachtig. Het was puur genieten.
Maar het allerergste zijn niet de fouten die je bij anderen constateert, maar de fouten die jezelf maakt. Soms kom je er een tegen die niet meer te herstellen valt. Het liefst zak je dan even door de grond. Terwijl je weet dat er doorgaans slordig met onze taal wordt omgegaan. En dus ook slordig wordt gelezen.
En nu maar hopen dat deze blog foutloos is. Het leidt anders zo af.
Eerste Vorige 29/95 Volgende Laatste
Reacties
- Bert M. Kamp (23-06-2008 21:26)Met veel genoegen las ik uw opmerkelijke eerbetoon aan Ies Lipschits, die ik ooit leerde kennen ten huize van zijn schoonmoeder. Ik wist niet dat hij een taalpurist was. Hij zal blij zijn geweest op dit gebied een discipel te hebben. Het deed mij deugd te zien dat op uw weblog werkwoordsvormen die niet bij elkaar horen steeds door een komma worden gescheiden. De strijd tegen het gebruik van meerdere in plaats van verscheidene heb ik reeds lang gestaakt. Maar 'slecht weer zorgde voor diverse ongelukken' vind ik nog steeds vreselijk. Fouten heb ik in uw blog niet kunnen vinden. Wel vraag ik mij af wat de functie is van het woordje 'er' in de voorlaatste zin van de voorlaatste alinea. U schrijft 'ik ben helaas een taalpurist'. Helaas? Ik ben blij dat er nog een paar zijn en ik hoop dat u in Smallingerland enkele volgelingen hebt of zult krijgen.
- Alexander (03-06-2008 23:31)Beste Bert Middel, Helaas ben ik niet gemachtigd op deze blog te controleren op perfect Nederlands, omdat ik van mening ben dat ik dit ook niet perfekt beheers. Wat ik wel kwijt wil is dat veel mensen in de bovenste lagen van organisaties de nederlande taal slecht beheersen. Ik werk zelf bij een middelgrote organisatie, en zie mails van het management voorbij komen (notabene gericht aan klanten) waar helaas niet alleen de punten en komma's ontbreken. Nee, bij sommige woorden ontbreken zelfs letters, gewoon door de haast waarin deze mails 'getikt' zijn. Mijn conclusie: in dit gehaaste Nederland maakt het niet meer uit hoe je schrijft, als het maar snel gaat.

