- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Lintjesregen
Lintjesregen
Op de dag dat deze weblog verschijnt regent het weer lintjes. Elk jaar, kort voor Koninginnedag, worden bij de zogeheten ‘algemene gelegenheid’ tal van Nederlanders koninklijk onderscheiden. Ze worden dan met een list of een smoes naar het gemeentehuis gelokt, om vervolgens daar door de burgemeester de versierselen die bij een onderscheiding horen opgespeld te krijgen.
Deze keer hebben wij een zestal gedecoreerden. Door het jaar heen komt daar nog een aantal bij, die bijvoorbeeld bij hun afscheid of pensionering onderscheiden worden. De meeste betrokkenen vinden het prachtig en ik vind het leuk om de onderscheidingen uit te reiken. Je treft vrijwel altijd blije mensen, waarbij de een wat meer verrast is dan de ander.
Er moet vaak een lange weg afgelegd worden alvorens men een lintje opgespeld krijgt. En men moet van onbesproken gedrag zijn. Een strafblad of zelfs een zware verkeersovertreding kan al roet in het eten gooien.
Het leukste vind ik mensen te mogen onderscheiden die zich jarenlang maatschappelijk verdienstelijk hebben gemaakt, zonder daarbij zelf op enig persoonlijk gewin uit geweest te zijn. Vrijwilligers dus, in sportverenigingen, in buurten, in dorpen, in kerken of in wat dan ook. Daarnaast heb je degenen die onderscheiden worden omdat zij als sportman- of vrouw een bijzondere prestatie verricht hebben. Of als musicus, of als weer iets anders. En je hebt degenen die gelauwerd worden vanwege hun beroepsbeoefening of omdat ze langer dan tien jaar gekozen volksvertegenwoordiger zijn geweest. Ook leuk, maar toch weer een beetje anders.
Sommige mensen die mij kennen vinden het vreemd te horen dat ik het leuk vind om koninklijke onderscheidingen uit te reiken. Ik heb er zes jaar geleden namelijk van afgezien er zelf eentje opgespeld te krijgen. Om een tweetal persoonlijke reden, die ik zeker niet aan anderen zou willen opdringen. In de eerste plaats vind ik het voor mezelf niet nodig dat ik na jarenlang volksvertegenwoordiger te zijn geweest koninklijk onderscheiden word. Vijfentwintig jaar was ik achtereenvolgens gemeenteraadslid in Assen, Statenlid in Drenthe, lid van de Tweede Kamer en daarna ook nog van de Eerste Kamer. Ik heb dat als een eer beschouwd en werd er bovendien ook nog voor betaald. Geen reden dus voor een aparte onderscheiding. Daarnaast past het niet bij mijn levenshouding en levensbeschouwing om me te laten decoreren. Zoals gezegd, een puur persoonlijke opvatting, die helemaal losstaat van mijn publieke functie.
Er is volgens sommige geleerden ook nog een staatsrechtelijk argument tegen het onderscheiden van (voormalige) parlementsleden. Als lid van het parlement controleer je de regering en het staatshoofd maakt in ons bestel deel uit van de regering. In deze redenering is het raar dat je onderscheiden zou worden door het orgaan dat je moet controleren. In de praktijk zijn er trouwens maar heel weinig parlementsleden die bij hun terugtreden afzien van een hen aangeboden koninklijke onderscheiding. Ik heb daar geen enkele moeite mee.
Een volop levende misvatting is dat republikeinen per definitie niet onderscheiden zouden willen worden. Opvattingen over de voor- en nadelen van een monarchie of een republiek doen er hier eigenlijk niet toe. Immers, het is niet de koningin zelf die bepaalt wie wel of niet wordt onderscheiden. Het gaat om een onderscheiding van de samenleving – of zelfs van de staat – en in ons staatsbestel is ‘de Koning’ het grondwettelijke staatshoofd. Zo is het democratisch geregeld. Ik ken dan ook heel wat republikeinen die zich bepaald niet schamen voor hun lintje.
Een koninklijke onderscheiding is de hoogste waardering die onze samenleving kent voor personen die zich onderscheiden hebben. Dit benadruk ik altijd wanneer ik er eentje namens die samenleving mag uitreiken. Daarbij geneer ik me eerlijk gezegd voor het feit dat er nog altijd rangen en standen zijn in de decoraties. De meesten worden lid in de orde van Oranje-Nassau, anderen ridder en sommigen nog iets hogers. Eigenlijk is dit ongepast. Want iedereen probeert op zijn of haar eigen niveau er het beste van te maken en zich voor de samenleving verdienstelijk te maken. En dan vind ik het weinig stijlvol om vervolgens een rangorde in onderscheidingen aan te brengen. Overigens was het vroeger nog erger. Maar goed, als gemeente gaan we er niet over en als burgemeester kan ik er ook niets aan doen.
Ook is het nog steeds zo dat onderscheidingen na het overlijden van de gedecoreerden door de nabestaanden teruggestuurd moeten worden. Een wrange plicht, waar velen zich overigens weinig aan gelegen laten liggen. Dat begrijp ik wel, want wat is er eigenlijk mis mee dat nabestaanden een tastbare herinnering bewaren aan de maatschappelijke verdiensten van hun overleden dierbaren? Helemaal niets. Daarom las ik vandaag met grote instemming dat het CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek hier een einde aan wil maken. Met een beetje zuinigheid is niets mis, maar je kunt inderdaad ook te bekrompen zijn.
Het eerstvolgende weblog verschijnt op 9 mei aanstaande.
Eerste Vorige 25/95 Volgende Laatste

