Burgemeester en politieke fracties

Een burgemeester houdt zich binnen zijn gemeentegrenzen verre van (lokale) partijpolitiek. Deze ongeschreven regel is een van de belangrijkste uit het niet-bestaande zakboek voor burgemeesters. Een burgemeester is neutraal en staat boven de partijen. Of, wat mij betreft, tússen de verschillende partijen. Een burgemeester verbindt waar mogelijk partijen, in plaats van ze uit elkaar te drijven. Mijn mooiste momenten tijdens raadvergaderingen – waarvan de burgemeester de voorzitter is – zijn die waarop na een pittige discussie blijkt dat het uiteindelijke besluit breed gesteund wordt. Het liefst unaniem, dus in volledige eensgezindheid, maar dat ligt met tien (!) verschillende raadsfracties niet altijd voor de hand. Ook komt het voor – zoals vorige week nog bij het 'Actieplan Jeugd en Alcohol' – dat binnen een grotere fractie één van de leden een afwijkend standpunt inneemt. In dit geval werd het besluit genomen met één stem tegen en de rest voor.
Als gemeenteraadslid kun je je niet van stemming onthouden. Je moet dus altijd kiezen, al geldt dit niet voor de voorzittende burgemeester. Die heeft in de gemeenteraad geen stemrecht. Zo is dat bij wet geregeld. Binnen het college van Burgemeester en Wethouders – dus het gemeentebestuur – heeft de burgemeester wel stemrecht. Maar gelukkig wordt er zeer weinig gestemd binnen ons college. Ook daar streef ik waar mogelijk naar consensus.

De burgemeester is dus partijpolitiek gezien onpartijdig. Toch is zij of hij vrijwel altijd lid van een politieke partij. De enkele uitzonderingen in ons land bevestigen deze regel. Zonder partijlidmaatschap en zonder enige bekendheid in tenminste de eigen kring word je geen burgemeester. Hier ligt een aardige paradox, ofwel een ogenschijnlijk tegenstrijdige situatie, die ingaat tegen ons gevoel voor logica, onze verwachting of onze intuïtie.
Een burgemeester moet om het te kunnen worden dus partijpolitiek georganiseerd zijn, maar mag eenmaal burgemeester zich niet met de partijpolitiek in de eigen gemeente bezighouden. Een burgemeester bemoeit zich in ons huidige stelsel dus ook niet met het vaststellen van de gemeentelijke kandidatenlijst van de eigen partij, met het opstellen van het vierjaarlijkse bestuursprogram, met de verkiezing van de wethouders of met de gang van zaken binnen raadsfracties.
Als burger van Smallingerland stem ik bij gemeenteraadsverkiezingen vanzelfsprekend op mijn eigen partij, maar bij die gelegenheid laat ik het wel uit mijn hoofd om een partijaffiche op mijn privé-ramen te plakken.

Ik moet eerlijk zeggen dat dit me geen enkele moeite kost. Over mijn lidmaatschap van de Partij van de Arbeid doe ik niet geheimzinnig. Evenmin schaam ik me ervoor. Vanaf mijn zeventiende ben ik partijlid en ik verwacht eigenlijk wel het ook te blijven. Maar dit betekent beslist niet dat de PvdA in Smallingerland daarmee op wat voor manier dan ook maar bevoordeeld wordt ten opzichte van de andere in de raad vertegenwoordigde partijen. Soms heb ik wel eens eerder de indruk van het tegendeel. Dat ik af en toe de neiging heb juist de leden van de PvdA-fractie stevig aan te pakken. Dit is te vergelijken met de schoolmeester die zijn eigen kind in de klas heeft en die zich daartegen extra streng betoont. Om zo zelfs de schijn van enige bevoordeling te vermijden.

Gemeenteraadsleden zijn voor mij in de eerste plaats mensen die zich volop willen inzetten voor de gemeenschap. Ieder vanuit een eigen overtuiging, levensbeschouwing of gedachtegoed. Daar is dus helemaal niks mis mee. Ik zie raadsleden niet in de eerste plaats als spreekbuizen van een of andere politieke partij. In hoeverre ze dat wel willen zijn, bepalen ze gelukkig zelf. Ondanks de onderlinge partijpolitieke verschillen hebben ze vaak meer gemeen dan ze zelf vaak beseffen.
Alle fracties binnen de raad van Smallingerland zijn me even lief. Want ze zijn democratisch gekozen door de inwoners van hun gemeente. Waarbij ik af en toe even extra aandacht vraag voor de vijf  'eenpersoonsfracties', waarvan de leden vrijwel alles in hun eentje moeten doen.

Aardige mensen heb je overal. Daarvoor bestaan gelukkig geen partijpolitieke scheidslijnen. Dit geldt dus ook voor de raad van Smallingerland. In mijn persoonlijke contacten met raadsleden doet het partijlidmaatschap er helemaal niet toe. Ik beoordeel mensen niet op hun partijvoorkeur. En verwacht van anderen hetzelfde. En dat wil ik ook graag zo houden.

Eerste Vorige 18/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven