Burgemeester op een hellend vlak???

Een tijdje geleden besloot de gemeenteraad dat ik camera’s mag installeren om een bepaald gebied in de gaten te houden. Dit om gewelddadigheid, overlast, vernielingen en verstoringen van de openbare orde te voorkomen. En als er dan toch nog iets mis gaat, kunnen de daders dankzij de camera’s waarschijnlijk eerder gepakt worden.
Het besluit van de gemeenteraad was ingegeven door een voorstel van mezelf. De raad vertrouwt de burgemeester toe om op bepaalde plaatsen camera’s op te hangen, zoals op de Kaden, in het winkelcentrum en op het busstation. Achter de op de camera aangesloten monitor zit een meneer of mevrouw die de boel in de gaten houdt en die zo nodig alarm kan slaan. En anders wordt het beeld wel op band of schijf opgenomen.

Ik ben blij met het vertrouwen dat de raad me gaf. Toch ben ik huiverig om de camera’s te installeren. Niet eens om financiële redenen, maar vanwege het risico van wat een hellend vlak kan worden genoemd. Want hoe erg moeten ordeverstoringen zijn om publiek toezicht te rechtvaardigen? Wat moet er allemaal aan de hand zijn om de privacy van burgers te schenden? Bestaat er niet het gevaar dat de oplossing van een probleem (cameratoezicht om ordeverstoringen te voorkomen) niet een doel op zich wordt (burgers in de gaten houden). En zelfs wanneer duidelijk wordt gemaakt dat ergens cameratoezicht is, kun je je nog afvragen of hier sprake is van schending van de privacy. “Big Brother is watching you”, het centrale thema van George Orwells befaamde roman ‘1984’, lijkt dan opeens geen fictie meer.

De aanleiding voor het invoeren cameratoezicht was het vernielen van een brug in De Wilgen, tijdens Oud en Nieuw 2005/2006. De daders zijn helaas tot op heden nooit gepakt. Degenen die in diezelfde nacht een brug in Opeinde probeerden te slopen wel. Zij, of beter gezegd hun ouders, hebben er flink voor moeten dokken.

Wanneer je de overlast in het uitgaansgebied op de Kaden bekijkt, valt deze in het niet bij wat er de afgelopen maanden in steden als Utrecht en Amsterdam is gebeurd. Dat is op zich al een reden om wel drie keer na te denken alvorens bij ons tot cameratoezicht over te gaan. Maar er is meer.
Want wat is een mogelijke volgende stap die gezet kan worden om overlast en ordeverstoringen tegen te gaan? Burgemeesters hebben inmiddels ook de mogelijkheden om preventief te laten fouilleren en om mensen op een bepaalde plaats vast te houden of om hen juist te verbieden ergens te komen.
Steeds meer onplezierige zaken verschuiven van het strafrecht naar het bestuursrecht en komen daarmee op het bordje van de burgemeester terecht. Je zou denken dat ik wel blij zal zijn met deze forse uitbreiding van bevoegdheden, maar eerlijk gezegd houd ik mijn hart vast. Want waar houdt het op?

Burgemeesters mogen nu al overlast veroorzakende drugspanden sluiten. Ook ruimtes waar verdovende middelen worden verstrekt mogen worden gesloten. Bij de inmiddels wat overspannen aanpak van (vermeend) terrorisme, krijgt de burgemeester vergaande bevoegdheden. In de nabije toekomst kunnen plegers van huiselijk geweld een tijdelijk huisverbod aan hun broek krijgen. Er wordt steeds meer gepleit voor optreden achter de voordeur, bijvoorbeeld bij ontsporingen binnen het gezin.

Natuurlijk is het prima dat een burgemeester instrumenten heeft om mogelijk onheil te voorkomen. Maar hoever moet je daarin willen gaan. En vooral, waar houdt het op?

Volgens mij moet een burgemeester ervoor waken om op het hellend vlak van ‘kwaad tot erger’ te geraken. Een burgemeester moet zich niet gaan bezighouden met zaken die onder het strafrecht horen te vallen. Daar is de Officier van Justitie voor. Een burgemeester is geen ouderwetse sheriff en evenmin een moderne boeman. Een burgemeester is de eerste die er voor moet zorgen dat de plaatselijke samenleving een beetje ontspannen blijft. En dat is al lastig genoeg.

Eerste Vorige 8/95 Volgende Laatste

Terug naar weblog


Terug naar weblog

 
 

naar boven naar boven