- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Jubilea en de ambtsketen
Jubilea en de ambtsketen
Toen ik twee jaar geleden burgemeester van Smallingerland werd, kreeg ik van vrienden en kennissen te horen dat ik er echt aan moest geloven. Ze bedoelden daarmee dat ik nu ook honderdjarigen en zestig- en vijfenzestigjarige huwelijksjubilea moest bezoeken. Dat leek hen niet zoveel voor mij. Welnu, ze hebben ongelijk gekregen. Het is juist erg leuk om bij dergelijke hoogtepunten in het leven van mensen de gemeente te mogen vertegenwoordigen.
Bij honderdjarigen (en ouder) en bij diamanten en briljanten huwelijksjubilea wordt eerst aan de betrokkenen of hun naaste familie gevraagd of een kort bezoek van de burgemeester al dan niet op prijs wordt gesteld. De meesten vinden het leuk, voor sommigen hoeft het niet en voor weer anderen is het moeilijk vanwege hun gezondheidstoestand.
Als regel probeer ik deze bezoeken zelf af te leggen. Ze hebben een hoge prioriteit in mijn agenda, ook in het weekend. Soms lukt het echt niet en dan gaat loco-burgemeester Cees Kuipers of een van de (andere) wethouders. Smallingerland kent inmiddels heel wat echtparen die zestig jaar of langer getrouwd zijn – vaak in de maand mei, wanneer vroeger de jaarcontracten voor boerenknechten ingingen – en ook zijn (boven-)honderdjarigen niet meer echt zeldzaam.
Niet alleen de feestvarkens stellen een dergelijk bezoek op prijs, zelf vind ik het ook leuk. Je komt nog eens ergens, je hoort veel – ook over vroeger – en doorgaans heb je alleen maar blije mensen om je heen. Bij echtparen gaat het gesprek over hoe men elkaar – alweer lang geleden – ontmoet heeft en verkering kreeg, wat men zoal in het leven heeft gedaan en hoe men nu tegen allerlei dingen aankijkt. Geloof me, dit is buitengewoon leerzaam en meestal erg gezellig. Soms zou je wel uren willen doorpraten.
Dit jaar zijn er verschillende honderdjarigen bijgekomen, vrijwel allemaal nog helder van geest en met een redelijke gezondheid. Vorige week was ik nog bij de heer Snelders, die 101 werd. Hij woont nog alleen in een soort aanleunwoning, met uitzicht op de Burgemeester Wuiteweg. Twee keer per week helpt een mevrouw van de thuiszorg hem een beetje. Toen hem bezocht, trof ik een joviale en goed verzorgde man, die eerder zeventig dan honderd leek. Hij had het hoogste woord en was in vrijwel alles geïnteresseerd. Volgend jaar ga ik weer naar hem toe.
Of neem juffrouw Tetje, ofwel mevrouw De Jonge-Mebius, die in het Servoflat woont. Ze is nu 105, een charmante dame met wie ik me op mijn knieën heb laten vereeuwigen. Juffrouw Tetje had enige jongere vriendinnen over de vloer, allen dik over de negentig. Het was leuk bij juffrouw Tetje, die – inderdaad – vroeger lerares was.
Sommigen verwachten dat ik getooid met de ambtsketen en in gezelschap van mijn echtgenote op bezoek kom. Daarin moet ik hen meestal teleurstellen. Mijn vrouw heeft haar eigen bezigheden en haar eigen leven. Zij is dan wel de vrouw van de burgemeester, maar zeker geen ‘burgemeestersvrouw’ zoals die in de beeldvorming hier en daar nog bestaat. Voor de 104e en 105e verjaardag van juffrouw Tetje maakte ze trouwens graag een uitzondering. En zij doet dat weer wanneer juffrouw Tetje volgend jaar juni 106 wordt.
De ambtsketen draag ik niet – behalve bij juffrouw Tetje, want zij vindt dat zo mooi voor de foto – en ook dat is voor sommigen wennen. Ik heb niet zoveel met dit relikwie uit vroeger tijden. Zelf spreek ik altijd over ‘de ketting’. Sommige van mijn collega’s denken hier heel anders over. Hen zie je vaak met hun ambtsketen, dat is hun keuze. Zelf ben ik eigenlijk nooit zo’n ‘kettingtype’ geweest.
Over het gebruik – al dan niet verplicht – van de ambtsketen bestaan misverstanden. In de voorvorige eeuw is het dragen van de ambtsketen ingevoerd, omdat de toenmalige premier Thorbecke meende dat burgemeesters herkenbaar moesten zijn.
Een ambtsketen is een ketting, meestal van zilver, bedoeld voor hoge ambtsdragers, zoals burgemeesters. De keten is het teken van hun ambt, die doorgaans alleen bij officiële plechtigheden wordt gedragen.
De burgemeester is verplicht de ambtsketen te dragen tijdens vergaderingen van de gemeenteraad en bij een ontvangst van de Commissaris der Koningin, minister of de Koningin. Ook moet de burgemeester eigenlijk de ketting dragen als hij of zij zich in het openbaar vertoont in geval van brand, bij oproer, bij samenscholing of een andere verstoring van de openbare orde.
In de praktijk van alledag draag ik de ketting wanneer ik de raad voorzit, wanneer ik koninklijke onderscheidingen (‘lintjes’) uitreik, bij officiële herdenkingen en bij de jaarlijkse ontvangst van Sinterklaas. Kinderen geloven pas dat je de burgemeester bent wanneer je een ketting om je nek hebt hangen.
Ook bij bijzondere gelegenheden, waar de burgemeester de gemeente vertegenwoordigt, draag ik wel eens de ketting. Of heb ik deze in de zak, om haar zonodig om te doen.
In de werkelijkheid van alledag is er volgens mij geen Commissaris der Koningin of minister die een burgemeester met een ketting omhangen wenst te zien. Eigenlijk is het ook niet meer van deze tijd.
Al bij mijn sollicitatie naar het burgemeesterschap van Smallingerland heb ik laten weten helemaal niets te hebben met decorum en uiterlijk vertoon. Het schept alleen maar afstand. Gezag krijg je op grond van wat je doet en wie je bent en niet dankzij uiterlijke onderscheidingskenmerken.
Soms bezoeken schoolkinderen het gemeentehuis. Wanneer het even kan, mogen ze de kamer van de burgemeester zien. Met een beetje geluk mogen enkelen dan ook even de ketting om. Dit vinden ze het allermooiste. En juist dat vind ik nu weer het leukste van de ambtsketen. Je maakt er kinderen gelukkig mee.
Eerste Vorige 6/95 Volgende Laatste
Reacties
- Jan Vegt (06-12-2007 21:21)Zes dagen zijn de winkels open. Als deze dan alle dagen open zijn, en deze trent zet zich door, dan wordt het leven steeds hectischer. Meer files, ongelukken, criminaliteit stress, ziekten, als gevolg van geen rust op gezette tijden.

