- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Beeld en ....
Beeld en werkelijkheid
Wat me vaak opvalt is dat nogal wat burgers een heel ander beeld hebben van een burgemeester dan voor hen in de werkelijkheid blijkt. Of dat men heel iets anders – of beter gezegd: iemand anders – had verwacht. Door velen wordt een burgemeester toch nog steeds gezien als een afstandelijke, ietwat formele en weinig toegankelijke hoogwaardigheidsbekleder, met wie eigenlijk niet echt normaal valt te praten. En zeker niet over alledaagse zaken. Vaak hoor ik van mensen die voor het eerst bij me over de vloer komen dat het toch allemaal heel anders was dan men van tevoren had gedacht. Dat het “allemaal zo normaal” is. En dat “het meeviel”. Tja, gelukkig wel, zou ik willen zeggen. Stel je eens voor dat het niet zo was…
Zoals het gemeentebestuur van en voor de mensen hoort te zijn, zo hoort ook een burgemeester klaar te staan voor degenen die hem of haar nodig hebben. Er is een uitzondering daarop: naast al het andere wat een burgemeester moet doen, is hij of zij ook dé gezagsdrager in een gemeente. Dit betekent dat een burgemeester in bepaalde situaties wel eens maatregelen moet uitvoeren, zonder dat daar eerst gesprekken, overleg of vergadergedoe aan te pas komen. Soms moet je gewoon iets meedelen of uitvaardigen, zonder dat er daarbij sprake is van een gewoon – dus wederzijds – gesprek. Bijvoorbeeld wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding zijn, of wanneer iemand onvrijwillig moet worden opgenomen in een psychiatrische instelling, of wanneer bepalingen uit vergunningen moedwillig overtreden worden, of wanneer een persoon of een organisatie een waarschuwing moet krijgen. Op zo’n moment is de burgemeester het via de wet ingestelde openbaar gezag. Dat is zijn rol en dat maakt deel uit van zijn functie.
De enige aan wie hij daarbij verantwoording moet afleggen is de gemeenteraad. En dan nog niet eens altijd. In nogal wat gevallen behoeft de gemeenteraad – indien gewenst – alleen maar geïnformeerd te worden. Maar zelfs dat niet altijd. Er zijn nu eenmaal zaken waarover nooit wordt nagepraat, bijvoorbeeld daar waar persoonlijke aspecten of de privacy van burgers in het geding zijn. Maar ook daar zijn weer uitzonderingen op. Kortom, er zijn wetten en regels, maar gelukkig geen blauwdrukken. Het Handboek voor Burgemeesters bestaat niet en ik mis het evenmin.
Daarnaast komt het ook op een andere manier voor dat feiten en beleving wel eens door elkaar heen lopen. Ik zal aan dit de hand van een tweetal voorbeelden proberen duidelijk te maken.
Kort nadat ik eind 2005 burgemeester werd, is er tijdens de daaropvolgende jaarwisseling voor tonnen schade aangericht aan publieke eigendommen. Dus financiële schade aan zaken die met belastinggeld betaald zijn en waarbij deze schade ook grotendeels voor rekening van de burger komt. De politie zei me dat het in vergelijking met voorgaande jaren allemaal nog wel meeviel. Maar er was wel een school in brand gestoken, er waren twee bruggen vernield, abri’s waren kapotgeslagen, her en der waren vreugdevuren uit de hand gelopen en er was nog veel meer.
Ik vond dit niet normaal, niet aanvaardbaar en eigenlijk te gek voor woorden. Daarop besloot ik in overleg met politie en justitie er alles aan te doen de daders te pakken te krijgen, de aangerichte schade op hen – in de praktijk vaak op hun ouders – te verhalen en voor het komende jaar zo goed als niets meer toe te staan. Wel feesten, maar verder waar mogelijk ‘zero tolerance’, zoals dat met een mooi woord heet.
Het heeft gewerkt, althans bij de laatste jaarwisseling. En we gaan zo door. De aangebrachte schade was een fractie van die van het jaar daarvoor en met eigen ogen heb ik kunnen zien dat het overal rustig bleef. Ouders die hadden moeten dokken voor wat hun kinderen eerder hadden uitgespookt, wisten precies wat ze nu deze kinderen moesten voorhouden. Van tevoren werd overal bekend gemaakt dat we zo goed als niets meer zouden pikken. En er werden feestelijke activiteiten mogelijk gemaakt.
Vervolgens kreeg ik van vele kanten – ook van politiemensen – te horen dat men een dergelijk strikt beleid niet verwacht had. Althans niet van mij. Ik was in Smallingerland immers de eerste burgemeester van socialistische huize sinds mensenheugenis, een ‘linkse jongen’ dus. Of dit ook waar is, laat ik nu even in het midden, maar zo was in ieder geval het beeld. Dus zou ik ook wel een beetje een ‘softie’ zijn en in ieder geval niet zo alert op openbare orde en veiligheid. Grote nonsens natuurlijk. Juist wanneer je als veronderstelde ‘linkse jongen’ begaan bent met het publieke domein en je dus ook zorgvuldig wilt omgaan met gemeenschapsvoorzieningen, ligt een consequente houding ten opzichte van vandalen en lastposten voor de hand. En is deze wat mij betreft vanzelfsprekend. Niks ‘soft gedoe’ dus. Nu niet en later evenmin.
Een tweede voorbeeld is van recenter datum. Het speelde rond de discussies over het in de komende jaren al dan niet doorgaan van de ‘dragraces’ op ons vliegveld. Gelukkig lijkt dit allemaal goed te komen, zoals het al 32 jaar goed is gegaan. Ook ik wilde steeds dat de dragraces door konden gaan. Ze zijn voor vele liefhebbers van snelheidssporten belangrijk, ze dragen bij aan de bekendheid en het imago van Drachten en ze hebben ook nog economische ‘spin off’ (er wordt dus door sommige bedrijven aan verdiend). Maar als gevolg van verscherpte wet- regelgeving werd het ingewikkelder en riskanter om op de oude voet verder te gaan. Vandaar dat de risico’s van tevoren duidelijk moesten zijn en daarbij ook wie er voor op zou draaien wanneer er onverhoopt toch een kink in de kabel zou komen. Zowel het vliegveldbestuur als het gemeentebestuur kunnen nu eenmaal niet in strijd met de wet handelen. Evenmin willen ze aansprakelijk of verantwoordelijk gesteld worden wanneer er zaken buiten hun schuld misgaan.
Als burgemeester ben ik automatisch voorzitter van het bestuur van het vliegveld en daarmee dus – samen met wethouder Nieske Ketelaar van verkeer, die automatisch secretaris is – de gesprekspartner van de organisatoren van de ‘dragraces’. Opeens zag ik in motorbladen en op allerlei websites verhalen verschijnen met als boodschap dat ik tegen de ‘dragraces’ zou zijn omdat ik een ‘vliegfreak’ ben en daarnaast ook nog een tegenstander van de motorsport. Dat was blijkbaar het beeld dat hier en daar – bewust of onbewust – opgeroepen werd.
In werkelijkheid heb ik persoonlijk helemaal niets met vliegen. Ook nooit gehad en ik zal het ook nooit krijgen. Ik durf niet eens met zo’n klein vliegtuig de lucht in. En wat die motorsport betreft: ik denk dat ik de enige bestuurder in onze gemeente ben die een motorrijbewijs heeft en zelf motor heeft gereden. Zo zie je maar weer. Het ligt toch vaak anders…
Eerste Vorige 5/95 Volgende Laatste
Reacties
- paul (26-12-2007 17:00)drachten

