- Home
- | Weblog van Bert Middel
- | Bestuurskracht
Bestuurskracht
Er is de laatste tijd veel te doen over de bestuurskracht van de gemeenten in Fryslân. We hebben er maar liefst eenendertig, van groot tot heel klein. Gerekend naar bevolkingsomvang is Smallingerland met 55.000 inwoners – na Leeuwarden – de op één na grootste gemeente van Fryslân.
Onze gemeente voldoet aan alle voorwaarden om zelfstandig en opgewekt de toekomst tegemoet te kunnen gaan. We zijn groot genoeg, de gemeentelijke taken worden naar behoren vervuld, de dienstverlening laat weinig te wensen over, ons huishoudboekje is op orde, we werken met minder ambtenaren dan vergelijkbare gemeenten, onze medewerkers kunnen zich zonder hulp van buitenaf op alle fronten uitstekend redden en de inwoners hoeven zich niet voor hun bestuurders te schamen. Daarnaast is de regio Drachten een dynamisch gebied, waarin zowel de werkgelegenheid als de bedrijvigheid sterk toeneemt. Onze gemeente heeft volop potentie en hoeft zich eigenlijk dus niet zoveel zorgen te maken. Niet dat we zelfgenoegzaam willen zijn, laat staan arrogant, maar we staan er eigenlijk wel goed voor.
Maar toch…er is meer aan de hand. Veel meer zelfs.
Her en der zijn gemeenten aan het vrijen geslagen en sommigen hebben zelfs al vaste verkering met elkaar. Hoewel uiteindelijk op landelijk niveau via wetgeving een bestuurlijke reorganisatie of herindeling geregeld moet worden, komt het initiatief van onderop, uit de gemeenten zelf dus. Van het provinciaal bestuur wordt daarbij een coördinerende rol verwacht, maar tot dusver hebben we daar weinig van mogen merken. Ook de bevolking loopt niet echt warm voor discussies over bestuurlijke samenwerking of over noodzakelijke bestuurskracht. De burger hecht misschien nog wel aan de eigen gemeente, maar wil toch vooral verzekerd zijn van een goed werkende gemeentelijke organisatie. Natuurlijk, er zijn belangrijker dingen in het leven dan een bestuurlijke reorganisatie of herindeling, maar dat betekent niet dat we het er niet over mogen hebben.
Feit is namelijk dat steeds meer gemeenten zelf niet in staat zijn de steeds ingewikkelder wordende taken te vervullen. Het ontbreekt hen aan voldoende bestuurskracht. En wanneer dat nu nog niet het geval is, dan toch zeker op termijn. Daarom zoeken ze hulp van buiten of steun bij elkaar.
In de zuidwesthoek van Fryslân willen zes gemeenten op niet al te lange termijn samengaan. In zowel het noordwesten als het noordoosten van de provincie ontstaan verschillende gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Heerenveen en Skarsterlân hebben elkaar de liefde verklaard – hoewel er even van een dipje sprake leek te zijn – terwijl Boarnsterhim samenwerking met Leeuwarden zoekt. Ook zoeken de beide Stellingwerven elkaar op. En dat is nog niet eens alles. Er ontstaat zo langzamerhand een domino-effect in de bestuurlijke samenwerking, waar ook onze gemeente hoe dan ook mee te maken krijgt. De vraag of we dat leuk moeten vinden doet er daarbij niet meer toe.
Smallingerland heeft goede relaties met haar buren en wil dat ook graag zo houden. Er wordt volop samengewerkt en uitgewisseld. Zo hebben wij met buurgemeente Opsterland een gezamenlijk politieteam, een gemeenschappelijk bedrijventerrein aan de A7, brandweerkorpsen die nauw samenwerken en voeren wij de taken van sociale dienst van Opsterland uit. Toch zei de vorige burgemeester van Opsterland eind juni in zijn afscheidsinterview in het Friesch Dagblad dat de plattelandsgemeente Opsterland nooit met Smallingerland samen zou moeten gaan.
Nadat ondernemers in de regio Surhuisterveen/Harkema meermalen lieten weten zich meer op Drachten en de economisch florerende A7-zone te willen oriënteren, liet de nieuwe burgemeester van Achtkarspelen in een interview in de Leeuwarder Courant weten dat zijn gemeente de samenwerking niet in onze richting maar in het noorden zoekt. Met als aardige toevoeging dat ik eigenlijk heel Friesland wel aan mijn gemeente zou willen toevoegen. Beide burgemeesters zijn goede collega’s en daarbij ook nog (PvdA-)partijgenoten van me, maar toch kon ik even de gedachte niet onderdrukken dat je met zulke vrienden eigenlijk geen vijand meer nodig hebt.
Voor een ingrijpende verandering in ons bestuurlijk bestel zijn drie factoren van belang: noodzaak, kwaliteit en draagvlak. De noodzaak om iets te veranderen, is er. Een kwalitatief verantwoord plan nog niet. Een begin van een draagvlak echter wel.
Binnenkort gaat ook de gemeenteraad van Smallingerland in het openbaar discussiëren over de gewenste of noodzakelijke bestuurskracht van onze regio. Daarbij weten we dat ‘het moment’ er toe doet. Ben je te snel, dan laad je de schijn van arrogantie en betweterij op je. Ben je te traag, dan loop je uiteindelijk achter de feiten aan.
Het zou me een lief ding waard zijn wanneer in de discussie over bestuurlijke reorganisatie de kansen meer benadrukt worden dan de bedreigingen. Ook zou het goed zijn om niet van de bestaande situatie uit te gaan, maar om juist de beste opties voor de toekomst als vertrekpunt te nemen. Er zijn nu in bijna alle gemeenten dorpen die op de hoofdplaats van een buurgemeente gericht zijn en het is verstandig daar dan ook rekening mee te houden. Bestuurlijke reorganisatie zou eigenlijk dwars door de bestaande gemeentegrenzen heen moeten gaan. Deze grenzen zijn ooit kunstmatig ontstaan en hebben er doorgaans geen blijk van gegeven een eeuwig leven te verdienen.
Het is voor onze gemeente al lastig genoeg dat de provinciegrenzen buiten schot moeten blijven. Sociaal-economische ontwikkelingen laten zich gelukkig niet hinderen door zoiets gekunstelds als provinciegrenzen. De A7 loopt bij Frieschepalen gewoon door en in de richting van Groningen is er volop bedrijvigheid waar wij bij kunnen aansluiten. Drachten ligt weliswaar in Friesland, maar heeft inmiddels een noordelijke uitstraling. Niet voor niets is Drachten geografisch gezien het middelpunt van Noord-Nederland.
Kortom, herindeling moet niet worden bepaald door ‘lijnentrekkerij’ met het rode potlood vanachter een schrijftafel. Het is beter uit te gaan van bestaande kracht, kwaliteiten en mogelijkheden. Daarbij kan een tweesporen-strategie worden ontwikkeld. Aan de ene kant is het van belang dat de vier stedelijke kernen, die samen de economische dynamiek in Fryslân gestalte geven, elk worden omgeven door een toereikend verzorgingsgebied. Dit betekent dus een viertal sterke gemeenten met als kernen Leeuwarden, dat als hoofdstad de grootste kan blijven, Drachten, Heerenveen en Sneek.
Aan de andere kant zal een nader te bepalen aantal stevige en omvangrijke plattelandsgemeenten gevormd kunnen worden, waarin de sterke punten van Friesland benadrukt kunnen worden. Zo ontstaat er een evenwicht tussen stedelijk en landelijk gebied, tussen economie en natuur, tussen dynamiek en rust.
Wil het ooit zover komen dan is er bij lokale en provinciale bestuurders en politici visie, passie en daadkracht nodig. Ik hoop aan alle drie een bescheiden bijdrage te kunnen leveren.
Eerste Vorige 2/95 Volgende Laatste
Reacties
- Maarten Noordhoff (12-10-2007 11:57)Over het evenwicht tussen stedelijk en landelijk gebied, wat is dat eigenlijk? En wat de relatie daarvan met de bestuurlijke organisatie is, vormt een discussie opzichzelf. Wat ik jammer vind is dat de provinciale grenzen kennelijk 'heilig' zijn. Waarom niet bij de discussie over bestuurskracht ook inzetten op 1 regio Noord-Nederland?
- Bernard Mobron (12-10-2007 10:51)Een heldere en krachtige visie. Dus geen vragen en ik benieuwd naar de provincie over tien tot twintig jaar.

